
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
50.Motorpsycho | ‘Tristano’
In The Fishtank 10, 2003
Ok, ok, het is weliswaar met hulp van de blazers van vrindjes Jaga Jazzist, maar dat neemt niet weg dat zelfs op een spontaan tussendoortje als In The Fishtank de klasse van Motorpsycho doorkomt. Sterker zelfs, het experimentele ‘Tristano’ – al jaren een live favoriet bij de fans – staat hier in een niet minder dan geniale versie op. Ga die ingrediënten maar na: improvisatie, spacerock, free jazz, krautrock, postrock: ‘Tristano’ heeft het allemaal. Ergens tussen Sun Ra, Coltrane en Hawkwind? Misschien wel ja. Het is goed toeven daar in outer space (BI).
49.Orthrelm | ‘OV’
OV, 2005
Hoe leg je dit uit? De meest extreme metal ooit? De meest extreme vorm van minimalisme ooit? Metalinisme? Drie kwartier lang tegen schrikdraad pissen? ‘OV’ proberen te duiden is net zo lastig als de hele rit uitzitten. Drie kwartier snerpende speedmetalriffs over zuiver repeterende en retestrakke percussie, je zou om minder een tennisarm krijgen. De RSI Award van 2005 gaat dan ook zonder twijfel naar drummer Josh Blair en gitarist Mick Barr. Je overgeven is het enige wat je te doen staat, ogen dicht en het felle licht van de riffs door je oogleden laten schijnen. Op die manier komt de kaleidoscopische derde dimensie vanzelf naar voren en dat is toch prettiger dan tegen schrikdraad pissen. (JH)
48.Ash Ra Tempel | ‘Traummaschine’
Ash Ra Tempel, 1971
Met zo’n titel nomineer je jezelf bijna automatisch als één van de beste (instrumentale) nummers ooit. Toegegeven: de muzikale invulling dekt die lading niet geheel. Daarvoor is ze te aards, al was dat in 1971 misschien anders. De schimmige gitaarstructuren van Schulze dartelen vrij over de onderliggende doemdrones van Göttsching, die het brein achter veel van de Ash Ra Tempel-spacerock was, veel meer space dan rock overigens. ‘Traummaschine’ is als een droom over krautrock terwijl je op een komeet langs Jupiter suist. (JH)
47.Merzbow | ‘1930’
1930, 1998
Dit is pas hardcore, Jarvis. Masami Akita kent geen genade, meer dan honderd albums en nog steeds perst hij de meest uitputtende noise uit zijn veertig plus lijf. Eén van zijn meer ‘toegankelijke’ nummers is ‘1930’. Niet dat het enigszins gemakkelijk of comfortabel aanvoelt: ‘1930’ is nog steeds geen gospelkoor, het test je grenzen voortdurend. Bedrieglijk in opzet door de sporadische ruimte die Akita tussen de helse metaalschrapende soundscapes laat. Soms denk je achterover te kunnen leunen en uit te kunnen ademen, maar wanneer je dat besluit genomen hebt steekt Merzbow drie metalen pinnen door je rectum en danst hij in het licht van je pijn terwijl Genesis P. Orridge gefascineerd toekijkt hoe een Japanner de ultieme noisedisco creëert. Pas als het weer stil is besef je de impact. Hardcore, ik zeg het je. (JH)
46.Tony Conrad | ‘Four Violins’
Four Violins, 1964
Conrad behoorde tot de meest avontuurlijke minimalisten die Amerika heeft voortgebracht. Samen met LaMonte Young, diens vrouw Marian Zazeela, Angus McLise en John Cale maakte hij deel uit van The Theatre Of Eternal Music. ‘Four Violins’ voelt alsof je een half uur naast de roestige straalmotoren van een defecte MIG gestaan hebt. De vlammen zetten langzaam je haar in de fik, dringen je oor binnen en frituren zonder dat je het merkt je hersenen om je zo naar het paradijs der eeuwigdurende muziek te transporteren. Vergeet je koffers niet te pakken. (JH)
45.Wolf Eyes | ‘Dead Hills’
Dead Hills, 2002
De titeltrack van Dead Hills, een morbide plaat vol noise-minimalisme, is een hoogtepunt in de over tapes en cd-r’s uitgesmeerde Wolf Eyes-carrière. ‘Dead Hills’ klinkt als een broeierig nest wespen die allemaal een versterkte microfoon op hun rug meedragen. De opbouw is redelijk kalm en bedrieglijk, tussen de pulserende klanken zit genoeg ruimte om het draaglijk te houden. Na twee minuten verbreken enkele rauwe bekkenslagen de stilte om vervolgens weer even in te slapen. Bedrieglijk, wederom, het pulseren gaat verder. De rust lijkt hervonden, om snel genoeg plaats te maken voor een hels tafereel van uiteengereten wespen die kermend als een stel Idols-finalisten naar aandacht snakken. (JH)
44.Underworld | ‘Rez’
Everything, Everything, 2000
Extase in hapklare brokken, laat dat maar aan Underworld over. In vergelijking met het Underworld van ‘Born Slippy’ is ‘Rez’ redelijk minimaal in zijn middelen. Een langzaam op stoom komende beat en regelmatig kletsende cymbalen leiden je als in een vicieuze cirkel steeds langs de hypnotiserende hook. Armen in de lucht, ogen wijd open, de wereld aan je Nike’s. Zelden werd er in de dance scene zo direct én succesvol op instant pleasure gemikt. (JH)
43.Karma To Burn | ‘Eight’
Karma To Burn, 1997
Een geluk bij een ongeluk, want Karma To Burn was helemaal niet als instrumentale band begonnen. Toen ex-Kyuss-zanger John Garcia na een tijdje afhaakte, probeerde de band het nog wel met een Ian Curtis-kloon op hun titelloze debuut, maar die zong maar de helft van de liedjes in, en eigenlijk zijn de instrumentale songs veel beter dan die andere. Een nogal a-typische stonerrockband trouwens, want hier geen ellenlange paddenstoelentrips, maar veeleer cocaïne-aangedreven, donkere, strakke en compacte songs met een verbazingwekkend melodiegevoel. Jammer dat de opvolgers niet aan het debuut konden tippen, maar dit ‘Eight’ neemt niemand ons meer af. (BI)
42.Boredoms | ‘2 (star)’
Vision Creation Newsun
Na zeven albums vol uitbundige waanzin komt alle Boredoms energie samen op een schijfje dat al die gekte en creativiteit concentreert in negen (ongetitelde) wervelwinden van gitaardrones. Psychedelisch is een understatement, dit is puur sterrenstof nog rondtollend van hun lange reis in de schoot van vijf maffe Japanners, die er als mad professors mee aan de haal gaan. Verloren in meditatie, compleet in trance, als Neanderthalers ravend naar het einde der tijden. (JH)
41.Brian Eno | ‘Discreet Music’
Discreet Music, 1975
De Peetvader der Ambient borduurde voort op het serene minimalisme van componisten als Erik Satie en Giorgyi Ligeti, maar door synths en moderne studioapparatuur te gebruiken wist Eno die kamermuziek naar de futuristische eindsprint van de twintigste eeuw te tillen. De constante verandering van toonhoogten en de melancholische klankkleuren van de synthesizer die een half uur op en neer golven, raken de essentie van ambient zoals Eno het bedoelde. Inzetbaar als achtergrondmuziek, maar als je je laat meevoeren door de desolate uitgestrektheid, dan pas ontdek je de magie van Eno’s ambient, die later met On Land zijn hoogtepunt bereikte. Net als de utopische Blade Runner-soundtrack van Vangelis is ‘Discreet Music’ gevangen in een vicieus onderbewustzijn van die tijd: stoffig en vol onderdrukte kernkracht. (JH)
40.Aphex Twin | ‘Nannou’
Windowlicker, 1999
Geniaal of gek? We zullen het nooit met zekerheid kunnen zeggen. Wat wel klaar als een klontje mag zijn, is dat Aphex Twin op zijn minst geniale momenten heeft gehad. Zijn hele Selected Ambient Works 2 bijvoorbeeld. ‘Nannou’, de b-kant van het zwoele ‘Windowlicker’, had zo op die plaat gekund qua sfeer – heerlijk rustgevend en sfeervol – maar klinkt alsof Aphex Twin een speciale speeldoos uit zijn hoge hoed heeft getoverd. Letterlijk, want het ritme wordt bepaald door de ‘opdraairatels’ van een speeldoos, en de prachtige melodie tingelt en tangelt er heerlijk op los zoals alleen een kinderspeeltje dat kan. Een klein miniatuurtje met gigantische uitwerking. (BI)
39.Fripp/Eno | ‘Heavenly Music Corporation’
No Pussyfooting, 1973
No Pussyfooting is een klassieker in het ambient/drone genre en heeft het potentieel om ambientsceptici, die de muziek afdoen als wachtkamerbehang, andere inzichten te geven. Niet in de laatste plaats door de spookachtige gitaarsolo’s van Fripp die continuu door de drones heen schemeren. Twee bandrecorders die simultaan de tape langzaam doen slijten zorgen voor duistere drones die als schaduwen tegen de achtergrond dansen. De opnametechniek werd door Fripp ‘Frippertronics’ genoemd. Op die dag werd ook besloten dat journalisten de termen bedenken en de muzikanten het gewoon bij de muziek zouden houden. (JH)
38.Isotope 217 | ‘LUH’
Utonian_Automatic, 1999
Tortoise doet een Miles Davis-jam uit 1970 na, zoiets. Zie daar Isotope 217, het veel meer jazzgerichte collectief gelieerd aan de Tortoise Chicago postrock-scene. Het is vooral dit ‘LUH’ dat rechtstreeks van één of andere live-set ten tijde van Bitches Brew lijkt te komen, inclusief totaal uitzinnig begin vol dissonanten, een scheurend orgel en een ritmesectie die hard doorstoomt. Als Rob Mazurek even later een perfecte Miles-emulatie ten beste geeft kunnen we alleen maar heel blij zijn. (BI)
37.The Allman Brothers Band | ‘Mountain Jam’
The Fillmore Concerts, 1971
Als er al zoiets bestaat als het perfecté livealbum is het gemaakt door The Allman Brothers Band. En als je daar dan het beste nummer van kiest krijg je ‘Whipping Post’. En zo is dat. Helaas voor deze lijst zingt Gregg Allman daar enkele prachtige regeltjes tekst in. Enter het bijna net zo mooie ‘Mountain Jam’. Wat nou, Allman Brothers spelen ‘alleen maar’ southern rock? Dacht het niet! ‘Mountain Jam’, lieve mensen, is 34 minuten southern rock, vrije improvisatie, jazz en blues, gespeeld met twee sublieme gitaristen, twee heerlijke drummers, bas en orgel. Verplicht in elke muziekverzameling. En zo is dat. (BI)
36.Birchville Cat Motel | ‘Cold Herds Travel’
Chi Vampires, 2005
Het land van The Lord of the Rings is de perfecte omgeving voor een dronoloog als Kneale. De mystiek van de valleien vormt de mist van drones die Kneale in melancholische vormen kneedt. Je zou haast zweren dat de Nieuw-Zeelander de bandjes rechtstreeks van Gandalf doorgespeeld krijgt. De orgeldrones op ‘Cold Herds Travel’ slaan direct op je gevoel voor melancholie, dat oneindige verlangen naar het ongrijpbare. Het dualisme tussen oneindig verlangen en het materiële dat altijd eindig is, die tweespalt. De schoonheid van destructie, de charme van opnieuw beginnen. De koude wind die je hoofd vult als je besluit een punt achter het verleden te zetten en de toekomst te omarmen. (JH)
35.The Orb | ‘A Huge Ever Growing Pulsating Brain’
A Huge Ever Growing Pulsating Brain, 1989
A Huge Ever Growing Pulsating Brain That Rules from the Centre of the Ultraworld, zo luidt de complete titel van het album. Dat zet meteen een hoog verwachtingspatroon neer. Laten Patterson en zijn partner in space (voor dit nummer althans) Jimi Cauty (KLF) er nu ook nog in slagen die belofte cum laude waar te maken. Achttien minuten spacen, pulserende ambientbeats, spookachtige samples (ook vocale ja, een beetje foetelen is ons niet vreemd) die erin en eruit glijden als ware het de geest van dertig jaar popmuziek, belletjes, white noise, opstijgende vliegtuigen, de droom op de dansvloer. (JH)
34.Burning Star Core | ‘Come Back Through Me’
The Very Heart of the World, 2005
Viooldrones door de mangel, primitieve percussie die dondert als Thor op oorlogspad en een hartslag van donkere electronica, je wereld binnenstebuiten. Is dit de soundtrack bij de oerknal of van de apocalyps? Vul het zelf maar in, ‘Come Back Through Me’ slaat bijna alle soundscapes knockout met een tribale stomp die veel weg heeft van het Tony Conrad /Faust project, Outside the Dream Syndicate. ‘Come Back Through Me’ verslaat zijn vijfendertig jaar oude collega met een serie tribale uppercuts en zet de standaard voor de komende vijfendertig jaar oer-drone. (JH)
33.Photek | ‘The Hidden Camera’
Modus Operandi, 1997
Je bevindt je op een groot plateau, ergens midden in de melkweg. Alleen. Het is donker. Je bent bang. Je bent alleen. Of niet? Uit het niets hoor je een ritme, vol minutieuze details. Je wilt bewegen op het ritme – je moet zelfs – maar je weet niet hoe. Er gebeurt te veel om te kunnen verwerken. Je voeten willen wel, maar je paranoïde geest gaat met je aan de haal. De angst neemt je over. Je bent verloren. Maar dat is helemaal niet erg. (BI)
32.Bardo Pond | ‘Dom’s Lament’
On the Ellipse, 2003
Reisorganisatie Bardo Pond voor al je trips naar je spirituele zelf. Omgeven door wolken wierook, hasjdamp en door lsd veroorzaakte hallucinaties. Verloren in een spirituele dimensie drijven de rouwende dwarsfluiten op ‘Dom’s Lament’ langzaam richting immense golven gitaarfeedback. Tragedie en hoop nauw verbonden, de euforische glimlach van de ondergang als een litteken op je gehypnotiseerde gelaat. Bardo Pond doet het niet om minder, ze eisen je hart en zetten er een stempel in. Vooral leuk voor verjaardagsfeestjes en bewonderende blikken op het vliegveld. (JH)
31.Metallica | ‘The Call Of Ktulu’
Ride The Lightning, 1984
De structuur: je had de snelle speedmetal opener, je had een aantal zware midtempo songs, dan kwam de enige echte metalballad – veel geïmiteerd, nooit benaderd – je ging weer even vol gas, en sloot vervolgens af met de metal-instrumental. Is het zo simpel dan? Voor Metallica wel: drie albums lang dezelfde opbouw, en iedereen was enthousiast en tevree. Hadden ze nooit moeten veranderen. Of ze hadden moeten stoppen na …And Justice for All. Maar goed, drie instrumentale Metallica-nummers dus, en ‘The Call of Ktulu’ is dan net wat beter dan die andere twee. Waanzinnig mooie metal om eeuwig te koesteren. (BI)
[Top 50: 50-30] | [Top 50: 30-10] | [Top 50: 10-1]
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/various-artists-2448/de-ultieme-instrumentale-top-50/11991/
Meer Various Artists op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/various-artists-2448
Deel dit artikel: