
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
30.Sunn O))) | ‘Mocking Solemnity’
Flight of the Behemoth, 2002
De enige echte riffmeisters van tegenwoordig. Alles vermalende, inktzwarte, intens trage doomriffs-op-riffs-op-riffs-op-riffs en ga zo maar door. Onderling inwisselbaar wellicht, al die riffs? Misschien, maar dat deert niet: dit is doom, dit is drone, dit is Sunn O))). Een muzikaal zwart gat waaruit geen enkele materie kan en wil ontsnappen.(BI)
29.Dopplereffekt | ‘Photo Injector’
Linear Accelerator, 2003
Jezelf als eens afgevraagd hoe buitenaardse muziek zou klinken? Of hoe een ruimtereis muzikaal zou klinken? Dopplereffekt doet het allebei. Want wat is het anders? Het is geen minimal techno, geen ambient, geen avant-garde, geen geluidskunst. Nee, dit is outer space op muziek gezet. Al blijft het altijd onduidelijk of het wel wordt gemaakt door organische levensvormen. (BI)
28.Arvo Pärt | ‘Fratres (for string quartet)’
Fratres, for string quartet, 1989
Pärts ongelooflijk breekbare ‘Fratres’ is een compositie waar kippenvel voor uit gevonden is. ‘Fratres’’ emotionele kracht zit in de ruimte tussen de noten, in het samenspel tussen viool, cello en piano, in de stiltes tussen die drie-eenheid, de violen die elkaar uitdagen naar een climax die nooit, nooit, nooit zal komen. Een oneindig verlangen achterlatend, de repeat-knop langzaam verslijtend. (JH)
27.Jaga Jazzist | ‘Airborne’
A Livingroom Hush, 2001
Vraag: Hoe klinkt muzikaal geluk? Antwoord: Jaga Jazzist! Jawel, het Noorse tiental heeft nu eenmaal patent op gelukzaligheid verpakt in een postrock-jazz-elektronica jasje. Geen andere band komt daarbij in de buurt. Zeker live niet, want dan zijn ze helemaal in hun element. ‘Airborne’, met zijn ingehouden begin en uitzinnige midden, is op plaat al subliem, maar is live nog beter dan subliem. We geven het u te doen. Let vooral op die scheurende sax: Lars Horntveth blaast zichzelf rechtstreeks de hemel in. (BI)
26.Biosphere | ‘Rotation’
Autour de la Lune, 2004
Geen instrumentale lijst zonder Biosphere. Biosphere, de ambientheld uit Noorwegen. Biosphere, de man die het klimaat van de poolcirkel door zijn muziek voelbaar kan maken in de Sahara. Biosphere, die in 2004 bewees dat Noren op de maan misschien wel het best gedijen, want ‘Rotation’ van zijn onvolprezen Autour de la Lune is de beste minimale ambient die je ooit zal horen. De track combineert bitterkoude, uitgestrekte poolvlaktes aan de eindeloze, lege ruimte vol donkere materie. Niet te overtreffen. (BI)
25.Fushitsusha | ‘4’
Pathetique, 1996
Keiji Haino’s powertrio Fushitsusha (‘De Onverlorenen’) trekt de gitaarsolo door tot ver voorbij de poorten van de hel en laat Satriani in zijn broek pissen van angst. ‘4’ spuwt vlammen gitaarvuur in het zwarte wolkendek van de minimalistische, rommelende percussie. Dit is Haino’s versie van Coltranes beruchte Olatunji-opnames, een aurale geseling waarbij grenzen ver overschreden worden en compromissen simpelweg niet bestaan. En dat drie kwartier lang, hmm mama. (JH)
24.Shining | ‘Goretex Weather Report’
In The Kingdom Of Kitsch You Will Be A Monster, 2005
Het sterkste en spannendste stukje artrock dat King Crimson nooit durfde te maken: dat is ‘Goretex Weather Report’. Waanzinnig afwisselend en ultraheavy – voor jazz/artrock begrippen dan – rockt Shining zich door een prachtig woest muzikaal landschap waar ze zich erg thuis voelen. En te horen aan een stel nieuwe nummers tijdens een optreden kunnen we nog meer in deze richting verwachten. Subliem! (BI)
23.Orbital | ‘The Box’
In Sides, 1996
Persoonlijke bekentenis: hét lied dat me liet horen dat er meer was dan metal en rock. Alleen al daarom hier te noemen natuurlijk, maar dat zou geen eer doen aan deze elektronica-klassieker. Hoewel die benaming niet voldoende is: Orbitals ‘The Box’ is – zeker in de lange albumversie – behalve dance ook filmmuziek, donkere jazz, drum ‘n’ bass en ambient. Inn feite gaat ‘The Box’ elke benaming te boven; dit is een genreoverstijgende track zoals ze vrijwel nooit voorkomen. ‘The Box’ neemt je mee, verleidt je, bedrijft de liefde met je, bedriegt je, bedreigt je, vernietigt je, en laat je uiteindelijk zwaar gewond, half verteerd en zielsgelukkig achter. (BI)
22.Do Make Say Think | ‘When Day Chokes The Night’
Goodbye Eenemy Airship The Landlord Is Dead, 2000
Aarzelend, sluipend komen de eenzame gitaarnoten de galmende ruimte binnen. De tonen zijn onvast, de open akkoorden houden de valsheid maar ternauwernood buiten de deur. De kracht neemt toe. Bijna ongemerkt, maar toch. Dan die plotse kentering: kletterende drums, steeds harder, steeds overstuurder, steeds noisier. De climax kan niet ver weg meer zijn. Jaahaaa, daar is hij!! Harde gitaren!! Dubbele drums!! Blazers!!! Het gevoel van: hier doe je het allemaal voor. (BI)
21.Eric Dolphy | ‘Hat and Beard’
Out To Lunch, 1964
Eric Dolphy, even fantastisch op saxofoon, basklarinet als fluit, komt echt tot bloei in 1964 wanneer hij als bandleider alles naar zich toetrekt, alle composities zelf schrijft en Out To Lunch voortbrengt. Een album vol vervreemdend klinkende thema’s met oneven maatsoorten en noten die tegen het atonale aanschurken. Eenmaal de thema’s gespeeld gaat de band full-on vrije jazz en worden vrijwel alle structuren losgelaten, terwijl Dolphy toch overal de regie in handen houdt. ‘Hat and Beard’ is Dolphy’s eerbetoon aan Thelonious Monk, een eerbetoon waar muziek veel meer zeggingskracht heeft dan zinloze woorden. ‘Hat and Beard’ is niet alleen Dolphy op zijn best, dit is jazz op zijn best. Punt. (BI)
20.Spacemen 3 | ‘Suicide’
Playing With Fire, 1989
Heftig heroïnegebruik plus een stevige obsessie met synth-nihilisten Suicide staat gelijk aan Spacemen 3’s ‘Suicide’. Spacemen 3 laat hun fascinatie voor het duo baden in de paarse gloed (hey! Die van mij was paars, oké?) van een heroïnerush op zijn hoogtepunt. De motorik-leer toegepast op gitaarfeedback, klimmend naar een zwarte hemel waar God met een zwarte zonnebril op en een leren jack met Suicide-patches erop de deur stevig dichthoudt. ‘Naar onderen jullie’, lacht hij, ‘deze shit is te vet.’ (JH)
19.Earth | ‘Ourobouros is Broken’
Extra-Capsular Extraction, 1991
Earth is makkelijk in één vetgedrukt woord te vangen: riff. Riff ad infinitum eigenlijk. Dylan Carlson bracht met de E.P. Extra-Capsular Extraction en vooral met dit ‘Ouroboros Is Broken’ een verbazingwekkend geluid in het grungetijdperk (nota bene Kurt Cobain, een goede vriend van Carlson, doet mee op deze E.P.). Voorafgegaan door bezwerende gongslagen wordt het achttien minuten durende riffmonster losgelaten. Tergend langzaam voortdweilend, één constant ritme houdend, een hypnotische cadans terwijl de gitaarfeedback als zwarte teer door je luidsprekers naar buiten vloeit. Een doekje helpt dan niet, dit is riffen met de kraan open. (JH)
18.Tortoise | ‘Djed’
Millions Now Living Will Never Die, 1996
Meesters van de kaleidoscopische rock, Tortoise weet hun produktie zo te verfijnen dat in elke hoek en elk gaatje een nieuw uitzicht te ontwaren is. ‘Djed’ is wat dat betreft hun absolute magnum opus. Een rondleiding door de muziekhistorie van Pierre Schaeffer tot minimalisme en van Can tot het Mahavishnu Orchestra. Gedetailleerde grooves die langzaam een doolhof aan panaroma’s opzetten en zonder gebruik van brute kracht je twintig minuten lang vast weten te houden. Alleen Rasti Rostelli…nouja laat maar. (JH)
17.Godspeed You Black Emperor! | Moya
Slow Riot For New Zero Kanada ep, 1999
Als er één band postrockperfectie benaderde was dat wel GY!BE in 1999. ‘Moya’ vormt een blauwdruk van het perfecte postrockmodel: zacht en spanningsvol beginnen, langzame opbouw, steeds harder, steeds emotioneler, en dan eindigen met een inmiddels klassiek crescendo van epische proporties. Violen, cello’s, contrabassen, twee drums en drie gitaren vormen een organisch geheel dat zo echt en intens klinkt dat iedere navolger al futiel en overbodig maakt voordat ze goed en wel begonnen zijn. En dat geldt ook voor GY!BE zelf. (BI)
16.Black Dice | ‘Cone Toaster’
Cone Toaster EP, 2003
In tegenstelling tot de subtiele avant-garde van Beaches & Canyons ramt ‘Cone Toaster’ als een mechanische tyrannosaurus rex dwars door je goddelijke lichaam. Om nog eens dik acht minuten ferm door te marcheren. Terwijl het DFA-label langzaam op een electro-dance voetstuk werd geplaatst, blies Black Dice alle trendhoppers in één monsterlijke rukwind aan de kant. De intro struikelt hortend en stotend naar een tunnel vol suizende effecten en industriële Throbbing Gristle-beats waar windhozen vol spacejunk elk lichtpuntje of zicht op een dansvloer de weg versperren. Een Twin Peaks-pianolijntje wandelt voorbij en voor je het weet is het weer windstil. In je huid staat ‘Cone Toaster’ gebrand. Niet dat het pijn deed. (JH)
15.Charles Mingus | ‘Goodbye Pork Pie Hat’
Mingus Ah Um, 1959
Over passie gesproken: Mingus is toch wel van hetzelfde, overtreffende niveau als Coltrane. Luister maar naar de gevoelige, eenzame pracht van ‘Goodbye Pork Pie Hat’. Wie het hierbij droog kan houden is een gevoelloze klootzak, wie na herhaalde beluistering blijft zeggen dat jazz niet meer is dan egocentrisch gepriegel zonder emotie verdient het om ter plekke dood neer te vallen. Gevoeliger dan hier wordt het nergens en dit lied hoort in alle eregalerijen thuis. (BI)
14.This Heat | ‘24 Track Loop’
This Heat, 1978
Advies aan beginnende drummers: koop alles van This Heat en laat Charles Hayward je nederige ambitie vormgeven. De conceptuele artrockers werkten in een verlaten vleesopslagloods onder andere aan het profetische ‘24 Track Loop’, dat een blauwdruk is voor de pas veel later opbloeiende junglemanie. Orgel en drums worden bewerkt en door een harmonizer gehaald. Eerst aarzelend, maar al snel vormen zich complexe beatpatronen die in de ziel van elke junglefetisjist gekerfd moeten staan. (JH)
13.Funkadelic | ‘Maggot Brain’
Maggot Brain, 1971
George Clinton, gedrenkt in lsd, vroeg Funkadelic-gitarist Eddie Hazel om het eerste deel van ‘Maggot Brain’ te spelen alsof hij net gehoord had dat zijn moeder was overleden en het tweede deel alsof hij erachter kwam dat ze nog leefde. Geen grap, welkom in de wereld van Funkadelic. Het resultaat is de meest glorieuze gitaarsolo ooit. Het pure geluid van persoonlijke overwinning, geen discussie mogelijk. Als je een andere mening toebedeeld bent, dan heb je of ‘Maggot Brain’ nog nooit gehoord of heb je je oren onder je voeten zitten. Die kans is vrij klein, dus schaf deze plaat aan, alleen al om deze fenomenale titeltrack. Beter laat dan nooit, suckers. (JH)
12.Terry Riley | ‘In C’
In C, 1965
“Traditionally played by a beautiful girl”, is te lezen in het arrangement dat Terry Riley voor ‘In C’ op papier zette. Mannen met avant-garde baarden, minimalistisch schoeisel en humor gaan goed samen (zie ook John Cages ‘4’33”’) en zo serieus als deze stukken nu benaderd worden, zo vreugdegevend waren ze toen ze uitkwamen. De voordrachten van het stuk gingen vaak gepaard met communale evenementen waarop extatisch gedanst werd op de hypnotiserende, oneindig herhalende patronen van ‘In C’. (JH)
11.Supersilent | ‘6.2’
6, 2003
Onderkoeld en beheerst, met ontiegelijk veel onderliggende, ingehouden emotie: dat is het catchy getitelde ‘6.2’ van het Noorse superimprovkwartet Supersilent. Een opmerkelijk gestructureerd improv-ambient-jazz-stuk trouwens, met echo’s die je regelrecht naar ‘He Loved Him Madly’ van Miles Davis sturen. Maar dan wel een stuk koeler en afstandelijker. Het blijven wel Noren natuurlijk. Toch worden we er hier erg warm van. Heet zelfs. (BI)
[Top 50: 50-30] | [Top 50: 30-10] | [Top 50: 10-1]
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/various-artists-2448/de-ultieme-instrumentale-top-50-30-t-m-11/11990/
Meer Various Artists op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/various-artists-2448
Deel dit artikel: