
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Het probleem van Raoul Waltons Wei Chi-debuut is dat er maar weinig van Raoul Walton zelf is terug te vinden op ‘One I, Two Eyes’. Zo is alleen ‘Heaven’, het reeds op de ‘Glücklich IV’-compilatie verschenen jazzy prijsnummer, een productie van Walton zelf. Voor alle andere nummers werd er afwisselend beroep gedaan op illustere namen als Osunlade, Beanfield, Moonstarr, Fauna Flash en studiotovenaar Ben Mono (die de helft van de nummers voor zijn rekening heeft genomen). Fauna Flash brengt het er ongetwijfeld het beste van af met de dromerige dubpiano-house van ‘Faces and Places’. Aan het andere eind van ons kwaliteitsspectrum brengt Osunlades ‘Dream’ dan weer weinig meer dan afrohouse van een zeer matig jaar. De anderen zweven daar ergens tussenin, met uitschieters (het ook al weer enige jaren oude, hier in een nieuw kleedje gestopte ‘Never Let Me Down’ van Ben Mono op kop), maar onvermijdelijk ook met kneusjes (het ronduit dreinerige ‘Pray for Peace’ van Fauna Flash). Om Raoul Walton zelf te vinden moet je dus voornamelijk beroep doen op de stem van Merit Osterman (ze leerde het metier bij de grote Kenny Wheeler), wiens stem als een vocale rode draad door de meeste nummers loopt. Het resultaat is een puik geproduceerde plaat met pieken en dalen die spijtig genoeg nauwelijks te onderscheiden is van de bulk andere Compost-platen genre Beanfield en Kyoto Jazz Massive, een plaat vooral waar het zaak is de echte diamanten uit een hoop blinkende keitjes te ziften.
http://www.kindamuzik.net/recensie/wei-chi/one-i-two-eyes/7151/
Meer Wei Chi op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/wei-chi
Deel dit artikel: