
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
COCTEAU TWINS - GARLANDS (4AD, 1982)
Natuurlijk is Garlands een prematuurtje in vergelijking tot het latere Cocteau Twins-werk, maar onbewust heeft het trio toen wel de basis gelegd voor hele shoegaze-beweging. Ga maar na: wijdse sferen, gitaarpartijen die de ruimte inzweven, zanglijnen die juist daar vandaan lijken te komen; Garlands heeft het allemaal. Natuurlijk ligt de muziek ook duidelijk verankerd in de doomy new wave van Joy Division en zelfs postpunk van PIL, maar Liz Fraser en consorten lijken maar al te graag weg te zweven om ergens in een oneindige sterrenhemel hun eigen ding te doen. Voornamelijk tegengehouden door de droge drumcomputer blijft het geluid hangen in de vroege jaren tachtig (wat nu eigenlijk weer hartstikke hip is, dus wellicht dat dit album maar eens herontdekt moet worden), maar de donkere pracht, hier nog zonder de later zo typerende Cocteau-dramatiek, is puur en tijdloos, en dat laatste kan niet gezegd worden van latere werken als Treasure en Victorialand. Conclusie: Garlands is waarschijnlijk de allereerste shoegazeplaat, een schoenstaarder avant-la-lettre. Dat het album nu, dik twintig jaar later, nog steeds een overweldigende indruk maakt zeg eigenlijk genoeg. (tekst: Bas Ickenroth)
THE JESUS & MARY CHAIN - PSYCHOCANDY (WEA, 1985)
Het debuutalbum van The Jesus & Mary Chain is een echte Jaar Nul-plaat. Een plaat die breekt en versnelt, dat wil zeggen, uit oude dialecten een nieuwe taal schept die zo krachtig spreekt dat zij voor volgelingen een haast oneindige ruimte van mogelijkheden suggereert. De titel geeft al aan waar het geheim van de groep schuilt: de samensmelting. Tussen popliedjes en abstracte noise, tussen de zachte stem van Jim Reid en de scheurende gitaar van broer William. Die stem is de voorbeeldstem voor een hele generatie droomjongens, de radicale tegenhanger van het grote Amerikaanse gebaar waar zelfs de gevoeligste ziel (Cobain) moet brullen. Maar wat nog steeds verbazingwekkend klinkt is de brutale manier waarop de lieflijke liedjes (terugkerende thema's: narcisme, snelheid, drugs) plotseling worden overspoeld door muren van opstijgende feedback. Het is een geluid dat een eigen leven gaat leiden, talloze mutaties en vertakkingen ondergaat... die de prachtige herfst van rock inluidt. (tekst: Omar Muñoz-Cremers)
A.R.KANE - 69 (Rough Trade, 1988)
Het debuutalbum van A.R.Kane is van het soort waar je in moet groeien, een geluidswereld met eigen wetten. Het kan net als met Starsailor, Tago Mago of Twin Infinitives jaren duren voordat alles in een soort moment van verlichting op zijn plaats valt. Twee factoren spelen hier een essentiële rol: de vrije, op het eerste gehoor slordige manier van gitaarspelen en vooral de slaperige/vlakke zang van Rudi Tambala. Wie volhoudt zal de vreemde mix van dub, pop en shoegaze niet snel vergeten. De plaat begint desondanks redelijk toegankelijk, totdat halverwege 'Sulliday' de droomportalen wagenwijd open gooit. Wat volgt is een unieke interpretatie van psychedelica, overvloeiend met erotische ruimtelijkheid, blauwe tijdloosheid, pre-oedipale intensiteit. Hier wordt ook duidelijk dat de band zich definitief van hun "zwarte Jesus and Mary Chain" bijnaam heeft ontdaan en de fascinatie met In A Silent Way en Bitches Brew van Miles Davis naar droompop tracht te vertalen. 69 is een plaat die, helaas, bijna altijd over het hoofd wordt gezien, een genre op zich, met bar weinig invloed (sporen van overeenkomsten zijn sporadisch te vinden in de periferie van het werk van St. Etienne, Primal Scream en Talk Talk.) De definitie van een verloren meesterwerk. (tekst: Omar Muñoz-Cremers)
RIDE - NOWHERE (Sire, 1990)
De kunststudentjes van Ride trekken als ware geluidskunstenaars een muur van emotie en intensiteit op. Gouden popliedjes verstopt achter lagen magistrale feedback kruipen je oor in en strelen je trommelvliezen zachtjes maar voelbaar. Nowhere zweeft op de wolk tussen Loveless en Souvlaki. Een wolk van dikke en hypnotiserende gitaarmuren die door de ruimte raast, de tijd staat stil. Het is aanklampen en rustig meezweven, ogen sluiten en vergeten. De zuivere popmelodietjes die zich diep achter de intense geluidserupties verstoppen houden je realiteit in het oog. Zo vergeet je de sleur van alledag maar besef je tegelijk dat Nowhere iets heeft betekend in de shoegaze-wereld. Een doorbraak naar de mainstream was bijna een feit. Maar het duurde niet lang of shoegaze ging weer kopje onder, dit imposante debuut en een jeukende stilte achterlatend.
(tekst: Joris Heemskerk)
LUSH - GALA (4AD, 1990)
Een verzameling gebundelde EP's als onmisbaar shoegaze-monument? Absoluut! Lush, het kwartet rondom frontvrouwe Miki Berenyi, staarde vooral naar de schoenen in het begin van hun carrière, later klonk er steeds meer britpop in hun muziek door. Op Gala echter nog niet; het bij elkaar geraapte zootje klinkt opmerkelijk coherent en zit vol hemelse sferen en engelenzang door de betoverende Berenyi. Cocteau Twin Robin Guthrie zag dat klaarblijkelijk ook in en produceerde een van de EP's, en zorgde daarmee direct voor een nogal aan zijn eigen band gelieerd geluid. Bepaald geen slechte keuze, want Lush gedeid uitstekend in de volle, zwevende productie. Maar ook op eigen kracht blijft de band een niet te missen shoegaze-exponent, want de breed uitwaaierende gitaarpartijen met, alweer, die zanglijnen die rechtstreeks van boven lijken te komen nemen je mee een euforische droomwereld in, om je na afloop totaal verbouwereerd op de kille aarde weer achter te laten. Heerlijke droompop dus, maar wel met een ruw randje dat later jammer genoeg wat zal verdwijnen. Gala is echter een niet te missen parel die het niet moet hebben van het grote gebaar en ontsporende gitaarmuren, maar van schijnbaar lieflijke droomliedjes en pure betovering. (tekst: Bas Ickenroth)
CHAPTERHOUSE - WHIRLPOOL (RCA, 1991)
Ach, dat arme Chapterhouse heeft het toch echt niet mee gezeten: maakten weliswaar een paar heerlijke singles op het juiste moment, maar toen ze uiteindelijk hun langspeeldebuut Whirlpool uitbrachten in 1991 keek de helft van de Engelsen alweer de andere kant op, terwijl ze in Amerika door de grunge al helemaal geen poot aan de grond kregen. Jammer hoor, en ook nog eens onterecht, want Whirlpool is een archetypische shoegaze-plaat die alles had wat hij moest hebben: pakkende pop-hooks, breed uitwaaierende gitaren, dromerige sfeer, swingende ritmes zoals alleen blanke Engelsen van rond 1990 die konden maken. En dat niet alleen, Chapterhouse durfde het ook nog aan flink door te spacen en te noisen ('Autosleeper'), zoals Monster Magnet dat aan de andere kant van de oceaan toen ook nog pleegde te doen. Voorwaar een geweldige combinatie die heeft geleid tot een album waarvan we niet snappen dat hij niet in één adem met bijvoorbeeld Souvlaki of Nowhere wordt genoemd. Daarom doen wij dat wel. (tekst: Bas Ickenroth)
SPIRITUALIZED - LAZER GUIDED MELODIES (Dedicated, 1992)
Artistieke meningsverschillen en een opgebruikte inspiratiebron leidden begin jaren '90 tot het einde van de invloedrijke psychedelische drug-band Spacemen 3. Maar waar Pete 'Sonic Boom' Kember op solodebuut Spectrum moeite had zijn eigen vorm te vinden, baarde Jason 'Spaceman' Pierce in 1992 opzien met Lazer Guided Melodies, het debuutalbum van zijn nieuwe formatie Spiritualized. Lazer Guided Melodies werd nooit strikt in het shoegaze-hokje gestopt, maar verdient het in retrospectief om met die geuzennaam aangesproken en beloond te worden. Pierce bereikt op zijn debuut namelijk datgene wat ook Slowdive en My Bloody Valentine nastreefden: aardse popmuziek die voor even de hemel raakt. Opgebouwd uit een derde euforie, een derde wanhoop en een derde rock-'n-roll, die bij Spiritualized niet bestaat uit gitaarmuren maar uit strengen drones, een wonderlijk akoestisch geluid dat zich om de bas krult en een lading cello, violen, strijkers en saxofoon. De kern is nog altijd pop, maar Spiritualized verstopt het, verbuigt het en trekt het uiteen. In zijn zang klinkt Pierce constant bezeten door liefde, zij het voor drugs of voor Kate Radley, die hem op vocalen ondersteunt. High en vastberaden verleidt hij je met zijn vele herhalingen en zoete lieve woorden. Nooit meer zou Pierce zo'n overtuigende gospel maken, de perfecte symbiose tussen drugs, liefde en roes. You know it's true. (tekst: Gerard de Jong)
SLOWDIVE - SOUVLAKI (Creation, 1993)
In een tijd dat het shoegaze-genre terrein aan het verliezen was liet Slowdive zien dat pure shoegaze een tijdloos fenomeen is. Met Souvlaki leverde Slowdive op het laatste moment namens de stervende shoegaze-scene een perfect visitekaartje af. Pure popliedjes met magistrale melodieën worden ondergedompeld in een delicaat bad van opstijgende gitaarfeedback. Langzaam opkomende gitaarmuren die gestaag aan intensiteit winnen. De zang blijft dromerig en haast ongrijpbaar. Pastorale zweverigheid die nimmer de saaigrens bereikt. 'Allison' als blauwdruk van hoe een shoegaze-nummer zo subtiel een snaar raakt dat je het pas door hebt als het is afgelopen. Steeds lukt het een opborrelende gitaarmuur om je zachtjes bij je kraag te vatten. Puur in zijn schoonheid en doeltreffend in zijn nonchalance. Gitaren klimmen de ruimte in om daar rond te zweven als zwaluwen op een warme luchtstroom. Terwijl de zwaluwen sterven, leeft Souvlaki voort als een tijdloos en onsterfelijk meesterwerk. (tekst: Joris Heemskerk)
ULRICH SCHNAUSS - A STRANGELY ISOLATED PLACE (City Centre Offices, 2003)
Niet helemaal degene die als eerste nieuw leven in de shoegaze blies - Guitar en M83 waren hem nipt voor - maar Ulrich Schnauss bleek wel het shoegaze-idioom tot in de perfectie te beheersen. En dat zonder gedateerd te klinken! Het zomerse gezweef op A Strangely Isolated Place is geheel en al gemaakt met de blauwdrukken van My Bloody Valentine en Slowdive, maar Schnauss is overduidelijk een kind van de 21e eeuw en laat alle muziek uit samplers, synths, en andersoortige elektronica komen. En die nieuwerwetse productie is een goed ding, want de oorspronkelijke schoenstaarders gingen toch wel erg vaak gebukt onder een dunne, slappe sound. Schnauss neemt zijn techno-achtergrond mee, en dat is wel zo prettig. Maar niet alleen vijzelt hij de sound op een heerlijke manier op, ook schrijft hij minstens drie liedjes ('On My Own', 'Monday-Paracetamol' en 'Clear Day') die niet alleen de stijl van bovengenoemde voorbeelden emuleren, maar ook de kwaliteit. Ons rest alleen een diepe buiging richting Ulrich Schnauss te maken, en dat is niet alleen om het stof van de puntschoenen te vegen. (tekst: Bas Ickenroth)
PLURAMON - DREAMS TOP ROCK (Karaoke Kalk, 2003)
2003 zal later waarschijnlijk worden gezien als het jaar waarin shoegaze zoveel nieuwe impulsen kreeg dat het soms al jubelend een revivaljaar werd genoemd. En dat is niet ten onrechte: M83 en Ulrich Schnauss brachten mooie platen uit die shoegaze een gulden elektronisch laagje meegaven, en een voorschot zijn op alles wat er nog gaat komen op dit gebied. Toch werd het uiteindelijk het jaar van Marcus Schmickler. De Duitser maakte de cirkel rond door als Pluramon My Bloody Valentine's mijlpaal Loveless tot op de huid te benaderen met Dreams Top Rock. De productie is geheel 2003, maar van een overmaat aan elektronica is geen sprake. Pluramon's gitaarmuren, noisescapes en dromerige ballades komen akelig dicht bij het ideaal, maar het is niemand minder dan Julee Cruise die deze plaat onvergetelijk maakt. De eigenzinnige zangeres - bekend van de Twin Peaks-single 'Falling' - tilt de muziek met haar engelenzang ver uit boven de rest. Koortsdroom 'Time for a Lie' en de ballad 'Have You Seen' zijn daarvan het beste bewijs. Het is geheel de verdienste van Schmickler dat hij in Cruise een meer dan waardige opvolger vond voor bijvoorbeeld de zang van Belinda Butcher op Loveless. Shields mag trots zijn op 'kroonprins' Schmickler: Shields' erfgoed wordt niet alleen goed bewaard, maar Pluramon is hét bewijs dat Loveless nog een almachtige instigator is voor hemelse droommuziek.
(tekst: Gerard de Jong)
http://www.kindamuzik.net/artikel.php?id=4884
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: