
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Als rond vieren een nieuwe festivaldag aanbreekt, liggen de meeste Spanjaarden nog op één oor hun roes uit te slapen. Degenen die het niet laat gemaakt hebben, genieten in de fel brandende lentezon van de prettige doch niet erg noodzakelijke punkpop van het damestrio The Charades. Isabel (ex-Electrobikinis), Koke en Maria spelen slechts voor een paar vroege vogels. Een beter begin van de dag is toch niet snel denkbaar.
Na de Spaanse Herman van Veen, kortweg Sisa genaamd, is het tijd voor een serieuze dame, Vashti Bunyan. Het duurt even voor ze op het podium verschijnt. In de tussentijd wordt het zittende publiek vermaakt met liedjes als ´Day-O (Banana Boat)´. Het mini-orkest van Bunyan zit al op het podium als het publiek luidkeels zingt: "Come Mr. Tally man tally me banana."
Het wachten wordt echter onmiddellijk beloond met een meer dan schitterende set van de folkzangeres die slechts twee albums op haar naam heeft staan en een halve plaat met Animal Collective maakte. De meeste liedjes zingt ze voor of over haar kinderen, zoals ´Lately´ en ´Here Before´ van haar laatste plaat die vijfendertig jaar na haar debuut verscheen. Een gevoel van heimwee naar haar vroegere plattelandsleven wordt ook niet onderdrukt.
Bunyan is opvallend goed bij stem en doorbreekt haar verlegenheid door korte verhaaltjes over de verstilde songs te vertellen. De meeste indruk maakt nog het nummer ´Winter Is Blue´ uit 1966, dat ze schreef toen ze jong en depressief was. Terwijl buiten de zon volop schijnt, krijgt men binnen het gevoel om dicht tegen een kampvuur aan te kruipen.
De voorman van Akron/Family excuseert zich dat hij niet in het publiek
kan dansen. Het podium is te hoog. Als ze binnen de kortste keren de fluistermuziek
voor loeiharde improvisaties hebben ingeruild, neemt het ernstig gestoorde hippiekwartet geen gas meer terug. In de korte festivalset komen hooguit vier uitgesponnen nummers voorbij. Van de hypnotiserende drumpartijen en het luide geschreeuw raakt het glimlachende publiek in een trance die helaas niet lang genoeg duurt. De Akron/Family heeft er weer een paar vrienden bij.
Het gereviseerde Big Star op het hoofdpodium blijkt een verkeerde zet. De band komt in eerste instantie over als een totaal ongeïnspireerde rockband, waarbij het volume onnodig hard staat. Pas bij ´I Am the Cosmos´ van Chris Bell komt er een beetje leven in de brouwerij en weet het publiek weer wie Jon Auer, Ken Stringfellow, Jody Stephens en Alex Chilton zijn. Een hoogtepunt blijft echter achterwege, of je moet kunnen lachen om de cynische opmerkingen van Chilton en de hilarische imitatie van Jim Morrison in een verkorte versie van ´Light my Fire´. De harde zeewind is echter genadeloos en laat weinig heel van Big Star. (MD)
Het is een groot raadsel waarom Shellac in het Auditori staat, een zaal met drieduizend zeteltjes, ze maken immers geen muziek om rustig bij neer te zitten. De zitjes raken alleszins zeer snel gevuld. Shellac heeft natuurlijk een grote schare fans en zo vaak treedt de band niet op, zeker niet in Spanje. Nog voor het eerste nummer zegt Bob Weston “You can come all upfront”, wat meteen een stormloop veroorzaakt naar de ruimte tussen de eerste rij en het podium. Dit lijkt er al meer op. Shellac heeft sinds hun oprichting nog niet zoveel volwaardige albums gemaakt en toch zijn ze zeer populair. Dit heeft alles te maken met de kwaliteit van hun platen, de intensiteit van hun concerten en de reputatie van de bandleden.
Drummer is de geweldig charismatische Todd Trainer, bassist is Bob Weston, bekend als producer van onder andere Polvo, June of 44 en Rachel’s, en uiteraard is er zanger-gitarist Steve Albini. Het concert, waarvoor ze naast oud materiaal ook putten uit de binnenkort te verschijnen nieuwe plaat, biedt alles waar Shellac voor staat: strak gespeelde, opwindende en explosieve gitaarrock, een onmiskenbaar eigen geluid, een vette bas, geweldige riffs en de indringende stem van Albini die ofwel schreeuwt ofwel declameert.
Tijdens de verplichte vragenronde van Weston komen we te weten waarom ze niet buiten spelen. “It sucks, het geluid is nooit hoe het zijn moet buiten en het stinkt er naar toiletten”, zoals ze bevestigd zagen tijdens Dinosaur Jr. Helaas is dit laatste waar. Het enthousiaste publiek reageert vreemd en soms hebben ze al drie keer geapplaudisseerd alvorens een nummer gedaan is, wat de spanning enigzins wegneemt. Shellac heeft er echter duidelijk zin in en speelt anderhalf uur lang een erg sterk concert.
Will Johnson is the hardest working man of the festival volgens Vic Chesnutt. Hij treedt in totaal vier keer op, onder andere met Undertow Orchestra, het samenwerkingsverband tussen David Bazan van Pedro The Lion en Headphones, Mark Eitzel van American Music Club, Will Johnson van South San Gabriel en Centro-matic en Vic Chesnutt, dat in Europa is neergestreken.
Scott Danbom, Johnsons vaste maatje, speelt mee op piano en keyboard. Normaal gezien concerteert Undertow Orchestra twee uur, maar voor het festival beperken ze zich tot elk twee eigen nummers, die de anderen begeleiden. Deze klinken veel voller dan anders, waardoor het concert iets speciaals wordt en niet zomaar de nummers van de vier songschrijvers apart. Dit fijne concert draait echt wel om de nummers en die zijn mekaar zeker waard, hoewel ze onderling soms erg verschillen. Bazan als drummer houdt alles mooi in het gelid, Eitzel en Johnson hebben de mooiste stemmen en Chesnutt natuurlijk de grappigste (bind)teksten. (gc)
Even lijkt het er op alsof Lou Reed zijn legendarische concertregistratie uit 1974, Rock N Animal, gaat overdoen. Met een overdonderde gitaarsolo wordt het doorgaans sterke ´What´s Good´ van de ziekenhuisplaat Magic and Loss ingezet. Dan blijkt snel dat de verwachtingen niet worden ingelost. Het tempo van de onderdanige band ligt laag en Lou Reed moppert zich door de songteksten heen. Hij roept veel vraagtekens op. Waarom kiest iemand met zo´n immens repertoire voor lange, deels geïmproviseerde songs van zijn laatste platen.
´Ectasy´ klinkt hopeloos als jazzversie en het intro van ´Dirty Boulevard´ duurt ook veel te lang. De songs uit de periode met The Velvet Underground, ‘Waiting for the Man´, ´White Light/White Heat´ en zelfs een vrolijke versie van het ooit prachtige ´Jesus´, worden er doorheen gejaagd als windhonden aan de speed. De redding komt met het schitterende ´Coney Island Baby´, dat simpelweg zijn beste song is en in z'n eentje een moeizame set kan redden van naderende ondergang.
Tot de nok toe is het Auditori gevuld met devote fans van het eigenzinnige Lambchop dat al een tijdje in meedraait in de wereld van alternatieve country en omgeving. Slechts een opdringerige zwerm van fotografen verbreekt de stilte in de eerste paar minuten als het nasale en uit duizenden herkenbare stemgeluid van Kurt Wagner het complex vult.
Daarna schakelt zijn orkest vrij snel en onverwacht over naar een feller geluid. Ondanks het gemis van een paar prominente leden, zoals Deanna Varagona, weet de groep voor de zoveelste keer te overtuigen. De moppentappende pianist, Tony Crow, is wel weer van de partij. Een nummer als ´The Militant´ is een klassieker en zal altijd wel overeind blijven. Hoewel de voorkeur altijd blijft uitgaan naar Lambchop in een intieme setting is het een waar genot om ze weer aan het werk te zien tijdens dit zeldzame optreden in Europa. (MD)
De elektronische popmuziek van het Amerikaanse Gang Gang Dance is ritmisch, aanstekelijk en dansbaar. Hun geluid doet in de verte aan de jaren tachtig denken. De bedoeling is vooral dat er gedanst wordt. Hun concert midden in de laatste festivalnacht is dan alleszins perfect geplaatst. Zangeres Liz Bougatsos en de vreemde danser-acrobaat die in de weer is met allerlei doeken moeten eveneens aanzetten tot dansen, wat hen aardig lukt. Tijdens de minder ritmische, rustigere nummers verslapt helaas de aandacht.
Het Japanse Boredoms speelt één van de laatste concerten van Primaverasound 2006 en doet dat niet slecht. Drie drumstellen staan naar mekaar toe opgesteld en één iemand houdt zich bezig met electronica. Dat is het, maar het blijft wel lang boeien met dan het opzwepende ritme.
Rest nog de mededeling dat ook Mogwai na tien jaar nog kan boeien met hun geweldige gitaarescapades. Ze geven een zeer sterk concert als afsluiter van het hoofdpodium, een plaats die ze zeker verdienen als één van de meest invloedrijke bands van de laatste jaren, die tegelijk zijn eigenheid perfect heeft weten bewaren. Ook Centro-matic is goed op dreef, zowel op het festival als tijdens de aftershow op zondagavond in Apollo, waar eveneens het in Spanje erg populaire Xiu Xiu flink zijn best doet. En wij? Wij kijken nu alvast uit naar de volgende editie van het festival. Primaverasound 2006 was fantastisch! (GC)
http://www.kindamuzik.net/artikel.php?id=13102
Meer Primaverasound op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/primaverasound
Deel dit artikel: