
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
José González is de eerste act in de Auditori, een gigantische zaal met relaxte bioscoopstoelen en een sterrenhemel als plafond. José González maakt nauwelijks gebruik van het ruime podium. Zoals altijd zit hij lichtjes gespannen op een stoel die minder comfortabel oogt, dan die waar het publiek op zit. Er is verder veel Spaans aan González: zijn naam, zijn gitaar en zijn uiterlijk, maar in werkelijkheid komt de singer-songwriter uit Zweden.
Zijn bekendheid dankt hij vreemd genoeg aan een reclame met stuiterballen en het bijhorende liedje, nota bene een cover van de Zweedse groep The Knife. Ondanks dat je misschien zou denken dat 'Heartbeats' inmiddels zijn neus uitkomt, speelt hij dat mooie nummer -en de andere songs van het album Veneer- ook nu weer met veel passie en een ingetogenheid waar het publiek angstaanjagend stil van wordt. Het optreden is samengevat een vroeg hoogtepunt van de tweede festivaldag. (MD)
Op Primaverasound is plaats voor diverse genres, zo ook emocore. Vertegenwoordigers van dienst zijn het Amerikaanse The Appleseed Cast en The Constantines uit Canada. Beide bands brengen een verdienstelijk concert, waarbij The Constantines toch de meest frisse en aanstekelijke van de twee is. Een snel ritme, strakke wendingen en melodieuze gitaren, het is weinig vernieuwend maar het rockt natuurlijk wel.
Het lijkt alsof het concert van South San Gabriel alweer een integrale uitvoering van hun conceptplaat The Carlton Chronicles: Not until the Operation’s through wordt, maar met het vierde nummer doorbreken ze het verhaal van de poes Carlton voor drie van hun beste nummers: ‘Glacial Slurs’, ‘Smelling Medicinal’ en ‘Saint Augustine’. Frontman Will Johnson deelt mee dat ze slechts drie uur hebben geslapen. Dit verklaart meteen waarom ze een beetje loom klinken. Hun muziek is nooit levendig te noemen dus storen doet het niet. Naast een beetje loom en beheerst klinken vooral de viool en het warme geluid van de pedal steel mooi samen en is het erg knap wanneer een nummer live echt groeit. Ze sluiten af met ‘All Night Long’ van Lionel Richie, een nummer dat ze al wel eens meer brengen en dat ze helemaal naar hun hand zetten waardoor het veel beter klinkt dan het origineel. (GC)
De drukke capriolen van het meisje dat leiding geeft aan het ongelooflijk hippe Yeah Yeah Yeahs roept uiteindelijk vrij snel hetzelfde gevoel van verzuchting op als de groepsnaam. De overbodige hysterie voert continu de boventoon. De korte liedjes hebben verder ook weinig om het lijf, dus uiteindelijk blijven er alleen een ADHD-patiënt en een weinig getalenteerde band, die haar tevergeefs probeert te volgen, en een paar honderd nieuwsgierigen die niet snel opgeven over.
De laatste plaat van de Drive-By Truckers, A Blessing and a Curse, viel me een beetje tegen. De songs hierop zijn een stuk bondiger en rocken veel minder dan op de vorige platen die een ode zijn aan het donkere zuiden van de Verenigde Staten van Amerika.
Onder de Spaanse zon klinken de nieuwe songs in eerste instantie ook wat loom. De nadruk ligt vooral op de harmonieuze zang van de geconcentreerd spelende bandleden. Voor de tevreden Catalanen zijn de gierende rocknummers over Lynyrd Skynyrd, Neil Young en de blauwe hemel van Alabama reden genoeg om een potje luchtgitaar te spelen. De Drive-By Truckers hebben echter wel eens heftiger en langer gespeeld.
Het zou eigenlijk heel vreselijk moeten zijn: zo'n geschminkte, vadsige veertiger die een marionet nadoet en zijn armen en benen als Pinoccio beweegt. De soundtrack voor deze houterige bewegingen bestaat uit gedateerde popklanken uit de vroege jaren tachtig. Killing Joke is behalve loeihard en enigszins lachwekkend toch ook vermakelijk, visueel vooral dankzij de merkwaardige grimassen van een paranoïde zombievoorman. De band die als Sisters of Mercy aan paddo's klinkt, moet men echter niet onderschatten, want de beukende new wave van Killing Joke zet ook zeker aan tot dansen. Barcelona schudt dik een uur op zijn grondvesten. (MD)
Jens Lekman, de Zweedse Sufjan Stevens, heeft een heel orkest inclusief blazerssectie meegebracht, bestaande uit zes in het wit geklede Zweedse jongedames, de ideale begeleidingsband volgens het merendeel van de mannen in het publiek. Ze trappen af met ‘We’re All Gonna Die’ van Scout Niblett. De rest van zijn erg onderhoudend concert bestaat uit zijn eigen zeemzoete en romantische liedjes die hij meestal begeleidt op een speelgoedgitaar. Soms lijkt het meer een gimmick en klinkt de muziek ietwat melig maar het blijven wel toffe nummers. Tijdens de bis vertolkt zijn landgenoot José González een kleine maar volgens Lekman belangrijke rol door affirmatief te antwoorden in het refrein “I ask my friend José, does love move in a mysterious way?”.
De Schotse Isobel Campbell, vroeger celliste bij Belle & Sebastian, bracht eerder dit jaar Ballad of the Broken Seas uit, een plaat vol duetten met Mark Lanegan. Live neemt Eugene Kelly Lanegans zangpartijen voor zijn rekening. Zangeres Campbell speelt soms ook gitaar of cello. Ze klinkt erg sober en ingetogen, soms wat te ingetogen. Toch is het een sfeervol en afgewerkt concert vol donkere melancholische nummers, vaak ballades, dat voornamelijk draait rond de duetten, waarin het contrast tussen Kelly’s bas en Campbells zoetgevooisde hoge stem mooi wordt uitgespeeld, zoals in de cover ‘Time Is Wasted’ van June Carter en Johnny Cash.
Eerst was er de reünietoernee in originele bezetting naar aanleiding van het heruitbrengen van hun eerste drie albums, daarna blijkt Dinosaur Jr. terug bij elkaar te zijn en komen ze opnieuw naar Europa, onder andere voor enkele festivals. Ondertussen horen ze wel al een hele tijd bij de oude goden maar over hun relevantie en hun plaats op de affiche van Primaverasound valt niet te discussiëren. De nummers klinken nog zeer fris en energiek, ook al zijn ze geschreven tussen 1985 en 1988 toen J Mascis en Lou Barlow nog zeer prille twintigers waren. Opmerkelijk: het fantastische ‘The Wagon’ van Green Mind uit het post-Barlow tijdperk is aan de set toegevoegd, wat enkel een meerwaarde oplevert. Op basis van dit concert bewijzen de heren dat ze nog lang niet uitgestorven zijn.
Alvorens het Forum zich klaarmaakt voor het feestje The Flaming Lips genaamd is het eerst nog even bezinnen met de uitgepuurde minimalistische hip hop van de dames van ESG, één van de vele oudere acts op Primaverasound, zoals ook het Australische The New Christs, met de zanger van Radio Birdman.
The Flaming Lips bestaan ook al sinds 1984, maar zij draaien nog gewoon mee in de hedendaagse muziekwereld. Een concert van The Flaming Lips betekent ontzettend veel show: het podium staat vol in aliens, kerstmannen en cartoonfiguren verklede dansers, de visuals zijn zeer catchy en blits en frontman Wayne Coyne strooit lustig met confetti en vuurt regelmatig rook en gekleurde slingers af.
Naast show brengen ze ook goede muziek. De spielereien zijn er niet om de aandacht af te leiden maar om hun uitstekende nummers in de verf te zetten, zoals onder andere het epische ‘Race for the Price’, ‘Yoshimi Battles The Pink Robots’ en het recente ‘The Yeah Yeah Yeah Song’. Dit concert maakt van The Flaming Lips de gedroomde en verdiende hoofdact van Primaverasound 2006, dag 2.
Van de ene gekke wereld naar de andere haasten we ons naar Animal Collective, eind vorig jaar nog verantwoordelijk voor één van de concerten van het jaar en nu dus logischerwijze te zien op enkele zomerfestivals in België zoals Dour en Rock Herk en dus ook Primaverasound. Het publiek wordt nog even op de proef gesteld tijdens de soundscheck en de spanning stijgt.
De eerste helft van de set slaat Animal Collective aan het experimenteren en brengt een soort medley met ouder werk en erg vervormde en soms onherkenbare versies van nummers als ‘Kids on Holiday’, ‘College’ en ‘Grass’. De stemeffecten zijn knap, maar het concert is toch iets te moeilijk op dit uur van de nacht.
Wanneer de nacht stilaan moet wijken voor de ochtend wordt het geduld van het publiek beloond met een lange en dansbare versie van ‘The Purple Bottle’ en komen ze pas echt goed op gang. Het knappe aan ‘Banshee Beat’ is ook weer de trage repetitieve opbouw, waarbij slechts met mondjesmaat nieuwe noten worden prijsgegeven. Het barst nooit helemaal los, maar het wordt voller dankzij de zang, om daarna stilaan uit te doven. Wanneer de eerste zonnestralen alweer verschijnen verblijden de achtergebleven volhouders het viertal met een minutenlang meer dan verdiend applaus. (GC)
http://www.kindamuzik.net/artikel.php?id=13097
Meer Primaverasound op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/primaverasound
Deel dit artikel: