
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Maar als ik erover nadenk heeft dit misschien toch zijn voordelen gehad maar. Dat heeft dan te maken met de aard van het festivalterrein. Het grootste deel van het gebeuren ging immers door in het Poble Espanyol, een eclectische reconstructie van het ‘Spaanse dorp’ wat op zich gekenmerkt wordt door vele pleintjes, smalle straatjes en vele trappen. Als die straten de verbindingswegen vormen tussen de verscheidene podia wordt het al snel aardig druk en erg moeilijk om vlot van de ene naar de andere plaats te geraken. Voeg daar nog bij dat om veiligheidsredenen een aantal straten afgezet zijn: dan krijg je een aantal kleinere pleinen (en voor de podia die buiten het eigenlijke dorp vielen ook tenten) die door een enkele smalle weg met elkaar verbonden waren. Misschien is het dus wel zo dat de organisatie die groepen bewust samen liet vallen om het volk wat te verspreiden, ik laat het in het midden.
Het inkomsysteem bleek erg efficiënt. Iedere persoon die een tweedaags ticket kocht, kon dit inruilen voor een plastiek kaartje met een streepjescode. Deze code werd met je vingerafdruk verbonden en zo werd er voor gezorgd dat één ticket niet door twee verschillende mensen gebruikt kon worden om binnen te geraken. Maar je zou je kunnen afvragen of dit de financiële inspanning wel waard is. Gelukkig werd de programmering minutieus gevolgd. Zodoende kon je getuige zijn van een aantal erg interessante optredens. Een greep uit het aanbod:
Wegens aanschuiven aan de inkom en de stoet van geïnteresseerden die richting ‘Enscenario Rockdelux Por Lois’ trok, het grootste deel van het concert van Thalia Zedek gemist. Maar er bleven gelukkig toch nog een aantal nummers over om te zien dat deze vrouw die ooit Come aanvoerde nog niet veel van haar talenten heeft ingeboet. Ze ziet er doorleefd uit en haar stem klinkt ook zo. Aangedreven door viool en piano levert dat mooie melancholische liederen op. Dan maar naar I Am Kloot, een van die exponenten van de New Acoustic Mouvement die tot nu toe aan mijn aandacht ontsnapt waren. En dat zal waarschijnlijk zo blijven. Na een aantal toch wel erg flauwe nummers vond ik het welletjes. Monotone folkrock met een wel erg Britse inslag.
Vervolgens was het uitkijken naar Arab Strap. Begin dit jaar speelden ze nog akoestisch als duo op De Nachten in Antwerpen en dat viel toen wat minder uit dan gehoopt. De donkere, claustrofobische kant van hun muziek komt maar echt tot haar recht als de elektrische gitaarklanken van Malcolm Middleton de donkere teksten van Aidan Moffat omarmen. In eerste instantie viel het dus tegen toen het tweetal met een akoestische gitaar onder de arm het podium beklom. Vervolgens vervoegden twee dames het gezelschap, elk van een strijkinstrument voorzien. Het viertal speelde vooral nummers van hun nieuwste plaat, Monday At The Hug And Pint. Moffat spuwde zijn zwarte gal in de microfoon en werd hierin sfeervol begeleid. Soms werd er een drumcomputer ter hand genomen om het geheel ritmisch te ondersteunen maar het is jammer dat het geluid van Middleton’s gitaar hierdoor soms verdrongen werd. Gelukkig was de klank meestal in balans en kon je genieten van een erg knap optreden. Een statische Moffat verzorgde een erg intieme versie van ‘Peep-Peep’ en Middleton nam het overgrote deel van de zang van ‘The Week Never Starts Round Here’ voor zijn rekening, hierin bijgestaan door Moffat en één van de dames. Ook al werd de gekwelde sfeer die rond ‘Fucking Little Bastards’ hangt niet bereikt, deze aanpak bleek een goed alternatief.
Een half uurtje was het de beurt aan Yo La Tengo, een band die er steeds in slaagt om op hun concerten een zeer relaxte sfeer te creëren. Na een erg heftige start viel het tempo een beetje terug en werd er vooral uit Summer Sun geput. Die titel is overigens niet tevergeefs gekozen, er gaat immers een zomers, warm gevoel van die nummers uit. Instrumenten gingen rond, er werd van positie gewisseld, bassist James McNew drumt soms mee en er volgt een erg intense versie van ‘Season Of The Shark’. Halfweg de set werd het publiek plots opgeschrikt door een luid nummer. Maar gelukkig zijn de leden van Yo La Tengo door hun jarenlange bestaan perfect op elkaar ingespeeld. Het is dan ook weinig bands gegeven om verschillende stijlen zo mooi in elkaar te laten overlopen. Het concert werd besloten met hun visie op de mondiale beslommeringen: “It's a motherfucker, don't you know/If they push that button, your ass gotta go. . .”.
Ik ben niet echt bekend met het werk van Julian Cope doch ik vermoed dat hetgeen hij ten gehore bracht hier toch niet echt bij aansloot. Een stem met een erg Brits accent kondigde hem aan en er verscheen een figuur op het podium die zo uit van de opnameset van ‘Spinal Tap’ weggelopen zou kunnen zijn. Lang haar, baard, zonnebril en een kap, zo zag hij eruit, de man die daar met een schreeuwlelijke rood met zwart gevlekte gitaar op het podium stond en die omgeven werd door flitsende groene laserstralen. Hij zong op zijn eentje liederen en besloot deze met eenvoudige gitaaraanslagen die vooral opvielen door het volume en de verschillende effecten van vervorming die gebruikt werden. Het was een amusant schouwspel. Het leek er immers op dat deze man in een gevecht met de groene laserstralen verzeild geraakt was. Na een kwartiertje hield ik het toch voor bekeken omdat Teenage Fanclub op het hoofdpodium verwacht werd en dat had ik beter niet gedaan. De goede herinneringen die ik aan hun concert op Pukkelpop een tiental jaren geleden heb, zorgden voor hoge verwachtingen. Hun publiek vond het blijkbaar prima maar ik heb er zo mijn bedenkingen bij. Het leek allemaal nogal te eenzijdig en de nummers leken allemaal op elkaar. De melodieuze stem en de typische gitaaraanslagen bleken plots niet meer genoeg te zijn voor mij. Lag dat nu aan mij of is deze band een hele tijd geleden hun hoogtepunt gepasseerd?
Het hoofdpodium werd de eerste dag afgesloten door Belle And Sebastian, melodieuze maneschijn en rozengeurpop waar ik het niet zo op begrepen heb. Het ware nog niet zo slecht geweest als zij hun nieuwe elpee ‘Happy Songs For Happy People’ zouden noemen. De massa leek dit allemaal erg te appreciéren en ik moet toegeven dat hun liedjes goed in het gehoor liggen en de show gemoedelijk zijn gangetje ging.
Zaterdag deed er zich een interessante gelegenheid voor om ook de andere locatie van het festival te bezoeken. In en rond de Mercat De Les Flors vond in de namiddag een platenbeurs plaats waarop ongeveer alle Spaanse labels vertegenwoordigd waren en het was eveneens daar waar het concert van L’Altra plaatsvond. De trage melodieén kwamen in de koelte van de zaal goed tot hun recht en de sporadische trompet zorgde voor een sfeervol accent. Tijdens ‘Soft Connection’ werd dit alles zelfs nog aangevuld met een melodica. Het knappe samenspel van de stemmen kon op veel bijval van het publiek rekenen. Immers had zich ondanks het vroege uur een aanzienlijk hoopje geïnteresseerden rond het podium verzameld.
Het drietal Whirlwind Heat had zich identiek gekleed en bleek de energie zelve te vertegenwoordigen. Hoekige ritmes werden uit de bas getoverd en de drummer ging zo tekeer dat op een gegeven moment de helft van een gebroken drumstokje de hoogte in gekatapulteerd werd. Ook de zanger sprong in het oog. Op de momenten dat hij niet spastisch over het podium zwalpte, bediende hij schokkend een samplemachine. Dit instrument zorgt er mee voor dat het geluid zich ergens tussen Brainiac en garagerock situereert. Het geheel klonk erg dynamisch en werd zonder gitaar tot stand gebracht, zij het dan wel dat de bas door bepaalde effecten de nodige noise produceerde. Een band om in het oog te houden.
Van singer-songwriter Mary Gauthier bleef me vooral de diepe, dragende stem bij die haar akoestisch gitaarspel begeleidde. Iets later betrad John Parish het podium. De muzikale stukken die zijn band ten gehore bracht, waren vooral onder de noemer sfeervol te catalogiseren. Op het ene moment gaven zijn monotone gitaaraanslagen een rustgevend effect aan de aan minimalistische jazz schatplichtige onderliggende muzikale laag, dan zorgde een trompet weer voor klankpatronen die je laat op de avond in een bar deden belanden. Helaas begonnen onheilspellende wolken zich boven de tent te manifesteren, iets wat je zo niet direct met de muziek van deze man zou associëren.
Ik was enigszins verbaasd om Migala op de affiche aan te treffen. Een aantal jaar geleden werd hun optreden in Zaal België immers aangekondigd als hun afscheidsconcert. Ik herinnerde me van hen voornamelijk een inspiratieloos concert waar technisch gezien van alles mis liep en een band die precies het liefst ter plaatse uit elkaar wilde gaan. Hun optreden op Primavera Sound was echter van een heel ander kaliber. Migala schijnt een andere weg in geslagen te zijn. Waar ze vroeger eerder door het leven gingen als een rustige, Spaanse variant van Tindersticks hebben nu luidruchtige gitaarpartijen een prominente plaats ingenomen. De diepe, sporadische zang bezorgde me kippenvel en werd voorzien van beukende gitaarriffs. Het geheel werd bekroond met beelden. Ieder nummer kreeg op die manier een verhaaltje mee en tijdens het laatste nummer werd alles versneld teruggespoeld. De intense sfeer werd echter op een vreemde manier doorbroken met een nummer dat zo uit Hot Rail van Calexico weggeplukt zou kunnen zijn. Het ritme, de trompetten, het scherm dat plots westernbeelden begon af te spelen… het paste niet echt in de set. Maar dat neemt niet weg dat het een erg intense, gedreven show was die me mijn mening in verband met Migala drastisch heeft doen herzien.
Vervolgens zou Sonic Youth op het hoofdpodium aantreden. Na Dirty had ik het verzaakt de band te volgen maar toch was ik benieuwd van er van hen geworden was. Intussen werd het viertal door Jim O’Rourke vervoegd en klinken ze alsof ze zich nog steeds het predikaat ‘jeugd’ mogen toe-eigenen De set was veelzijdig en vooral erg spannend. Thurston Moore, Lee Renaldo en Kim Gordon bleken er veel zin in te hebben en stonden meermaals op het podium rond te springen. Ook het oude werk werd niet geschuwd. ‘Mote’ resulteerde in een chaotische gitaarsolo van Thurston Moore die er op het einde van het nummer in sloeg zijn gitaar ondersteboven het podium in te boren om het instrument vervolgens met drumstokken te bewerken. Menige gitaar moest er aan geloven en het geluid van de band rammelde aangenaam zoals in lang vervlogen tijden. ‘Drunken Butterfly’, ‘Sugar Kane’, het klonk allemaal alsof het gisteren geschreven werd. De set werd afgerond met ‘100%’. Thurston Moore viel naar het einde toe op het podium neer en de andere leden vonden er niets beter op dan hun instrumenten op hem te stapelen. Uiteraard ging dit gepaard met de nodige feedback. Nadat Jim O’ Rourke hier nog een cimbaal aan toegevoegd had, huppelde hij vrolijk het podium af. Sterk!
Mogwai heeft de reputatie om live het geluidsvolume naar ongekende hoogten te brengen en hun shows af te sluiten door het podium te verlaten terwijl de feedback een tijdje rustig verder fluit. Deze keer was het anders en het zou niet echt verkeerd zijn om van een naar hun normen erg ingetogen show te spreken. Nieuw werk uit hun onlangs te verschijnen Happy Songs For Happy People werd afgewisseld met nummers van Rock Action en Come On Die Young. En waren geen echte hoogtepunten, de show was tamelijk constant en gelijkmatig opgebouwd. Als hij niet zich niet neergezeten op zijn gitaarspel concentreerde, overschouwde Stuart Braithwaite statisch het publiek en verontschuldigde zich voor het weer dat hij vanuit Schotland meegebracht had. Het was immers tijdens hun set flink beginnen te regenen. Mogwai liet me een beetje met gemengde gevoelens achter. Het was niet echt overdonderd maar allesbehalve monotoon. Ik kreeg een beetje de indruk dat de band ook live van hun hard-zacht imago af wil maar ik ben er nog niet helemaal uit of dit substituut even boeiend is.
Om toch een beetje beschutting tegen de regen te hebben, besloot ik om in op een overdekt podium een stukje van het concert van The Kills te gaan bekijken. Gezien de abominabele weersomstandigheden bleek het merendeel van de festivalgangers hetzelfde idee te hebben en was het aardig druk in deze tamelijk kleine tent. The Kills konden me maar matig boeien. De pose van het tweetal leek me te primeren op hun nummers. Gewapend met drumcomputer deden ze erg hun best om cool over te komen. Zo gaven ze naar elkaar toegekeerd breakdance-gewijs het ritme mee aan of keken ze strak het publiek in terwijl beiden op een gitaar aan het rammen waren. Jammer genoeg stelden de nummers niet veel voor.
Intussen bood het hele plein voor het hoofdpodium een verzopen indruk en bleef het water naar beneden stromen. Het publiek zocht onderdak waar mogelijk en aangezien dat beperkt was tot een enkele arcade en occasionele paraplu, was dat niet iedereen gegeven. Rond twee uur brachten The White Stripes een kleine volksverhuizing teweeg. Menigeen verliet zijn schuilplaats om de band aan het werk te zien. Zij die hiertoe beslisten werden beloond met een erg gedreven show. De wereld van Jack en Meg is rood, wit en zwart en het podium werd in die kleuren herschapen. Zelfs de roadies waren gehuld in zwart pak met rode stropdas. Naast deze gimmick was er natuurlijk ook muziek, erg rauw en zeer intens. Met Megs rudimentaire getrommel op de achtergrond ging Jack zijn gitaar te lijf alsof zijn leven ervan af hing. Soms ruilde hij zijn instrument in voor een rood orgel maar steeds klonk hun mix van garagerock en elementaire blues erg aanstekelijk. Meg trad een enkele keer op de voorgrond om een subtiele versie van ‘In The Cold, Cold, Night’ te brengen terwijl ze door een enkele gitaar begeleid werd. De erg scherpe versie van ‘Jolene’ sneed door merg en been en ‘Seven Nation Army’ bracht de verzopen massa zelfs in beweging. Temidden van een stomende set sprong Jack plots op de basdrum om headbangend op zijn zogezegde zus neer te kijken. Een knap schouwspel dat zelfs ondanks de miserabele weersomstandigheden erg wist te boeien.
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/primaverasound/primavera-sound-2003/3235/
Meer Primaverasound op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/primaverasound
Deel dit artikel: