
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Een bekend fenomeen dit jaar: Amerikaanse artiest op tour distantieert zich van president Bush en de oorlog in Irak. Ze mogen dan wel uit de Verenigde Staten komen, de kruistocht tegen Saddam Hoessein is niet de hunne. Vindt ook de Texaanse countrygroep Dixie Chicks. Zangeres Natalie Maines liet afgelopen maart tijdens een concert in London weten zich te schamen dat Bush uit Texas kwam. Een ware hetze tegen de Dixie Chicks ontketende zich in conservatief Amerika. Een plaatselijk radiostation in de staat Lousiana organiseerde een 'Chicks Bash', waarbij 250 mensen hun Dixie Chicks-cd's meenamen en lieten overrijden door een tractor.
Moby deed iets soortgelijks door zich op Werchter 2003 te verontschuldigen voor zijn 'idiote' president. Dixie Chicks-praktijken bleven hem bespaard, Moby-fans zijn overwegend progressief, vaderlandslievend Amerika had 'tree hugger' Moby waarschijnlijk al lang opgegeven. Als je meer van Moby's politieke hersenspinsels wilt lezen, zijn dagboek op www.moby.com staat er vol van. Zo kun je er lezen dat hij de Democratische presidenstkandidaat John Kerry steunt en dat hij door 'propaganda en corruptie' in Amerika zich een personage waant uit een boek van Solzjenitsyn.
Singer-songwriter Rickie Lee Jones voelt zich eveneens vervreemd van haar eigen land. Bush wakkerde bij Jones het muzikale vuurtje weer aan: in de zes jaar daarvoor had ze geen enkel nummer geschreven. In het nummer 'Tell Somebody' neemt ze stelling tegen de Patriot Act, wetgeving die de regering meer bevoegdheden geeft bij opsporing van terroristen maar ten koste gaat van de privacy en vrijheid van de burger.
De protestsong beleefde een comeback door de oorlog in Irak. Het genre kende een hoogtepunt eind jaren zestig, tijdens de Vietnamoorlog. Bob Dylan ('Blowin' in the Wind', 'Masters of War'), John Lennon ('Give Peace a Chance') en onze eigen Boudewijn de Groot ('Welterusten, Meneer de President') protesteerden tegen het bloedvergieten in Zuid-Oost Azië.
Anno 2003 zingen artiesten weer tegen oorlog. Een waslijst artiesten bracht dit jaar politiek gemotiveerde nummers uit. Onder andere: R.E.M. ('The Final Straw'), Zack de la Rocha in samenwerking met DJ Shadow ('March of Death), Billy Bragg ('The Price of Oil'), John Mellencamp ('To Washington') en de Beastie Boys ('In a World Gone Mad). Cat Stevens, ofwel Yusuf Islam sinds hij zich tot de Islam bekeerde, nam het vredeslied 'Peace Train' uit 1971 opnieuw op.
Kritiek leveren op je regering in oorlogstijd is in de Verenigde Staten not done. Daarom besloot Madonna de eerste versie van de videoclip van 'American Life' terug te trekken nadat Amerikaanse troepen Irak binnenvielen. In die versie van de clip gooit ze een handgranaat naar een Bush-lookalike, die die granaat vervolgens gebruikt om een sigaar aan te steken. Lenny Kravitz kreeg een storm van kritiek na de release van het nummer 'We Want Peace', een duet samen met een Iraakse popster Kazem Al Sahir. Kravitz werd gebombardeerd met boze brieven en de rechtse krant New York Post noemde hem zelfs "de vriend van de vijand". Maar de echt bevlogen artiest stelt politieke idealen boven mogelijke gevolgen voor zijn of haar carrière. System of a Down-zanger Serj Tankian: "Als ik mijn hart niet kan uitstorten, dan heb ik geen carrière."
De meeste protestsongs circuleerden vooral op internet. Clear Channel en Citadel Communications, de twee grootste overkoepelende radioconcerns, hielden de politiek pikante plaatjes uit de lucht. MTV deed dat niet. 'Boom!' van System of a Down, met een videoclip van de hand van Michael Moore, was veel te zien op de muziekzender. Om het pro-oorlogsstandpunt ook ruimte te gunnen kreeg 'When I'm Gone' van 3 Doors Down dezelfde airplay. Die clip werd opgenomen op het schip USS Abraham Cole (hetzelfde vliegdekschip waar president Bush landde om het einde van de oorlog uit te roepen) en werd een volkslied voor de overzeese troepen.
De rockband 3 Doors Down is een spaarzame uitzondering, rechtse popmuziek is verder nauwelijks te vinden. Sander Donkers schreef het een tijdje terug al in Vrij Nederland: "Rechtse popmuziek is een contradictio in terminis." De conservatieve en patriottische sentimenten zitten vooral in countrymuziek. Countryster Darryl Worley scoorde tijdens de oorlog een enorme hit met zijn pro-oorlog single 'Have You Forgotten?'.
De Amerikaanse tennisster Jennifer Capriati dacht een rechts popnummer gevonden te hebben in 'B.O.B. (Bombs over Baghdad)' van Outkast. Ze wilde de troepen een hart onder riem steken door het nummer te draaien bij haar entree op de tennisbaan. Wist zij veel dat de rappers juist tegen de oorlog waren. En verder? Latin-zanger Ricky Martin luisterde de inauguratie van president Bush op in januari 2001. Tja, Ricky Martin...
Nee, de echte popartiest draagt zijn hart links en wil Bush in november 2004 van de troon zien verdwijnen. Samen met een groep filmmakers (Michael Moore, Gus Van Sant) en politici nemen Moby, Michael Stipe, Jack Black (Tenacious D) en Eddie Vedder (die tijdens een concert in Denver op een Bush-masker begon in te slaan) deel aan een politieke actie van de organisatie MoveOn. Uit inzendingen van het publiek kiezen zij een televisiespot die zal uitgezonden worden in januari tijdens de jaarlijkse troonrede (State of the Union Address) van Bush. Ziek van alle propaganda sporen zij mensen aan een filmpje te maken die de "waarheid" over de president laat zien. Steve Earle voert al sinds jaar en dag campagne tegen de doodstraf, en nu tegen Bush en zijn buitenlandse politiek. Op zijn laatste plaat Jerusalem staat een controversiëel nummer gezongen vanuit het perspectief van de Amerikaanse Taliban-strijder John Walker. "I'm just an American boy, raised on MTV, and I've seen all the kids in the soda pop bands, but none of them look like me. So I started looking round, and I heard the word of God. And the first thing I heard that made sense was the word of Allah, peace be upon him," zingt Earle in 'John Walker's Blues'. Earle is bezig met het opnemen van een album
dat vlak voor de verkiezingen van 2004 moet uitkomen.
En hij iséén van de artiesten achter de 'Tell Us the Truth Tour'. Samen met onder andere Tom Morello (ex-Rage Against the Machine, nu Audioslave), de Brit Billy Bragg, R.E.M.-bassist Mike Mills en soulzanger Lester Chambers toert hij sinds begin november door Amerika om zoveel mogelijk mensen politiek te informeren. Ze combineren muziek met spoken-word over zaken als media, milieu en economisch beleid. "Als de president en politici liegen, dan is het de taak van de pers om die leugens te ontrafelen. Wanneer de pers dat niet doet, dan worden leugens wet," aldus Morello op de website www.tellusthetruth.org.
Bono pakt het heel anders aan. Die schopt niet tegen het bestel aan, zoals de meesten, hij gaat naar Washington en gaat op bezoek bij politici. De U2-zanger nam minister van financiën Paul O'Neill mee op reis door Afrika om hem te overtuigen van schuldenkwijtschelding en sprak met de oerconservatieve senator Jesse Helms over de aidsproblematiek in de Derde Wereld.
Of al die protestsongs en initiatieven ervoor kunnen zorgen dat Bush in 2004 niet wordt herkozen, is de vraag. Er zal wel door vele artiesten een zucht van verlichting worden geslaakt als Bush het niet wordt. Net als in 1993, toen Clinton vader Bush verving in het Witte Huis. Ray Charles, Aretha Franklin, Barbara Streisand, Fleetwood Mac (die voor de gelegenheid weer samen optraden), Elton John en Michael Jackson gaven acte de présence op Clintons inhuldigingsfeest. Bob Dylan zong 'Chimes of Freedom' onder het Abraham Lincoln-monument. Wellicht valt er over een jaar weer iets te vieren.
websites:
» www.bushin30seconds.org
» www.tellusthetruth.org
» www.axisofjustice.org
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/709/popmuzikanten-willen-niet-nog-eens-vier-jaar-bush/4716/
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: