
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
Terugkijkend lijkt Radiohead een van de aanstichters te zijn geweest. Hun Kid A is beroemd en berucht, en heeft minstens zoveel voor- als tegenstanders. Toch was hun soms wat geforceerde mengeling van pure pop en moderne elektronica de eerste stap naar acceptatie van een bijna-genre zoals dat vandaag de dag bestaat. Een goede plaat of niet, Kid A heeft in ieder geval vele ogen geopend voor de mogelijkheid om stijlen met elkaar te laten integreren, stijlen die voor de meesten onverenigbaar leken.
Chronologisch vrijwel parallel aan de ontwikkeling van bovengenoemde band, heeft de IJslandse elf Björk altijd haar eigen ding gedaan. Op al haar solo-platen heeft ze getracht haar versie van pop, electronica en dance proberen te vermengen, maar de synthese is pas volledig gelukt op Vespertine, haar langspeler uit 2001. De plaat is gevuld met intieme luisterliedjes die dit keer eens niet werden ingekleurd door strijkers en andersoortige akoestische instrumenten, maar volledig waren ingeprogrammeerd op een laptop. Deze laptop-pop - zullen we het zo maar noemen dan? - was op eigen verstilde wijze behoorlijk revolutionair bezig: nooit hadden ver van elkaar verwijderde genres als pop en IDM (Intelligent Dance Music) zo als een eenheid geklonken. Natuurlijk heeft Björk altijd al een vrij geniaal oor voor goede popmelodieën gehad, maar met Vespertine had ze tot dat moment nog redelijk onbekende electronica artiesten als Matmos en Opiate gevraagd om te helpen met de muzikale begeleiding. Succes verzekerd.
Een andere, veel onbekendere pionier moet wel producer David Kosten zijn. Als vaste producer van singer/songwriter Ben Christophers heeft hij diens gevoelige liedjes ingekleurd met elektronische klanken en ritmes, waardoor de aardse liedjes plots boven zichzelf konden uitstijgen. Ook als solo artiest onder de naam Faultline weet Kosten indruk te maken. In 1999 brengt hij Closer Colder uit, een verzameling behoorlijke abstracte, eigenzinnige IDM nummers die zich niets aantrekken van heersende conventies. Opvallend is de inbreng van 'normale' instrumenten als viool, trompet en zelfs hobo. Het popgehalte op dit mooie, instrumentale album is vrijwel nihil. Dat is echter zeer anders op de vorig jaar verschenen opvolger Your Love Means Everything, waar Kosten vocale hulp krijgt van Chris Martin van Coldplay, singer/songwriter Jacob Golden, Wayne Coyne van The Flaming Lips, en zelfs Michael Stipe van R.E.M. Het album hinkt wat op twee gedachten, weet niet of echt de popkant op wil of meer pure electronica wil blijven, en daarom is hij voor de ene helft gevuld met vocale, 'echte' liedjes en voor de andere met instrumentals zoals deze ook als stonden op Faultline's debuut.
Ook het relatief onbekende Hood is al jaren bezig met het incorpereren van moderne electronica in hun tegelijkertijd speelse en melancholieke popliedjes. Op het album Cold House uit 2001 lukt dat voor het eerst echt tot in perfectie: hier staat een verzameling verschrikkelijk mooie songs die gelijkwaardig door electronica en akoestische instrumenten wordt ingespeeld, een grens tussen de twee is volledig vervaagd.
Sierpinski, een ander project van de Hood-drummer, laat op het in 2002 verschenen, erg fraaie This Geography of Ours horen dat de grenzen tussen hun instrumentale postpop en nieuwerwetse electronica ook niet meer bestaan.
In Duitsland hebben ze duidelijk in de gaten welke kant de hedendaagse popmuziek heen moet. Voornaamste aanjager daarbij is de zogenaamde Weilheim-scene: hiertoe behoren o.a. The Notwist en hun afsplitsingen als Lali Puna en Console. Net als Hood lukte het The Notwist om tot een nagenoeg perfecte synthese te komen tussen hun gitaargerichte emopop en modernistische knispers en knetters uit de IDM school. Hun Neon Golden uit begin 2002 staat er van voor tot achter vol mee, en hoewel de zang wat achterblijft bij het muzikale eindresultaat, is de plaat een hoogtepunt in dit nog jonge bijna-genre. Lali Puna klinkt niet eens zoveel anders: een niet al te vaste stem - ditmaal vrouwelijk - met een Duits accent en weemoedig getinte liedjes. Lali Puna laat echter meer electronica doorsijpelen en heeft een duidelijkere voorliefde voor jaren tachtig synthipop. Hun Scary World Theory doet niet eens zoveel onder voor The Notwist, maar heeft de pech niet zozeer met een buzz omgeven te zijn als haar grote broer. Console zoekt op cd 1 van hun meest recente album Reset the Preset de combinatie van pop, ambient en jaren tachtig electropop, en doet dat ietwat minder overtuigend, want hoorbaar geforceerd. Daarbij klinken hun retro-invloeden teveel als 'dat kennen we al van vroeger' om nog fris te klinken.
Niet uit de Notwist kringen, maar ook uit Duitsland: Schneider TM. De avantgardist laat op Zoomer uit 2002 voor het eerst echte pop doorklinken in zijn vervreemdende electro-klanken. Duidelijk te horen zijn invloeden van The Beach Boys, Daft Punk (de vocoder-stemmen) en My Bloody Valentine, terwijl uit de electronica-hoek namen als Mouse on Mars en zelfs Pan Sonic regelmatig opduiken.
Tot nu toe lijkt het vooral een Europese aangelegenheid te zijn, maar ook Amerika begint een woordje mee te praten. Jimmy Tamborello alias Dntel bracht in 2001 het geweldige IDM album Life is Full of Possibilities, waar hij diverse gastvocalisten en -muzikanten de revu laat passeren. Niet dat het altijd leidt tot pop: de experimentele electronica en soundscapes behouden altijd de overhand, ook al wordt er gezongen door nachtegalen als Mia Doi Todd en Rachel Haden. De samenwerking tussen Tamborello en Ben Gibbard van Death Cab For Cutie op het Dntel album ('(This is) The Dream of Evan and Chan') bevalt beide heren blijkbaar zo goed dat ze samen een project oprichten: The Postal Service.
Hun zonet verschenen album Give Up laat horen dat de twee gelijk hebben. The Postal Service blijkt precies te weten hoe je Amerikaanse indie-pop en moderne, glitchy electronica moet koppelen, en laat en passant ook nog eens horen dat een voorliefde voor jaren tachtig beats niet hoeft te leiden tot ouderwets gedoe. Give Up is lichtvoetig en weemoedig, zomers en herfstig tegelijkertijd. Hier niks geen moeilijk doenerij, maar innovatieve en toegankelijke pop zoals die anno 2003 hoort te klinken.
Minder pop en meer electronica vind je bij Pulseprogramming, een multimedia gezelschap uit Chicago en omstreken. Tulsa for one Second, hun juist verschenen album op het befaamde Aesthetics label, staat vol mooi glitchende soundscapes van pastorale schoonheid, terwijl ook pop vocalen op onverwachte momenten de kop op steken.
En zo zijn er natuurlijk nog wel meer. De scene is nog behoorlijk in ontwikkeling, en kan dat ook zijn want de mogelijkheden zijn nog lang niet allemaal uitgebuit. Wel lijkt de houdbaarheidsdatum van jaren tachtig retro door de injectie met moderne electronica flink te zijn opgerekt. Of deze moderne electropop werkelijk de toekomst de toekomst van de popmuziek valt nog te bezien, maar zeker is dat er nu al een paar echte klassiekers in het bijna-genre zijn uitgebracht.
Aanraders:
Björk - Vespertine (Polydor / Universal)
Hood - Cold House (Domino / Aesthetics)
Lali Puna - Scary World Theory (Morr / Lowlands)
The Notwist - Neon Golden (City Slang / Labels)
The Postal Service - Give Up (Sub Pop / Konkurrent)
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/709/popmuziek-van-en-voor-de-21e-eeuw/2897/
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: