
Onze laatste liverecensie.
Onze laatste albumrecensie.
Ons laatste interview.
Onze laatste video.
John Zorn leeft meerdere levens tegelijk: dat van componist, muzikant, bandleider en arrangeur, om maar eens wat te noemen (de lijst is niet uitputtend). Ook het aantal stijlen dat Zorn in zijn muziek verenigt is groot. En of dat al niet genoeg is, zapt hij het liefst van stijl naar stijl op abrupte wijze, het liefst binnen één nummer en de luisteraar moet het maar kunnen bijbenen. Modern klassiek, opera, jazz, thrash-metal, pop, funk, je hoort het allemaal terug in zijn muziek, verzameld op een zo’n slordige honderd releases in 25 jaar tijd.
Film zonder beeld
Zorns filmmuziek vormt zo’n vijftien procent van zijn output en is voor nieuwkomers een goede ingang tot de rest van zijn werk: zijn filmmuziek was en is nog steeds een proeftuintje om dingen uit te proberen, die later weer een uitgewerkt vervolg krijgen in een andere context (zo is zijn Masada-kwartet ontstaan tijdens het opnemen van één van de soundtracks-cds en de muziek van zijn band Naked City is erg cinematografisch van karakter). Ook is veel van de muziek erg toegankelijk en bevatten een aantal Filmworks-cd's zijn beste muziek tot nu toe.
Zorns soundtracks komen niet uit de lucht vallen: tijdens zijn jeugd was Zorn gefascineerd door de tekenfilmmuziek voor Warner Bros. Cartoons gecomponeerd door Carl Stalling, die hij rechtstreeks van tv op band opnam, omdat hij die zo mooi vond. Op zijn achtste levensjaar luisterde Zorn al geboeid naar de soundtrack van Fantasia en later zou hij zich op de orgelmuziek van Bach storten, nadat hij The Phantom of The Opera had gezien.
Zorn was gefascineerd door het fragmentarische karakter van Stallings’ tekenfilmmuziek en zou dat later zelf ook gaan toepassen in zijn muziek: composities als geluidsblokken die abrupt worden afgebroken en ingezet (Igor Stravinsky, ook vertegenwoordigd op de Fantasia-soundtrack, was naast Stalling, iemand die zich ook bediende van het geluidsblok-principe).
Al op jeugdige leeftijd was Zorn zich bewust van de relatie tussen beeld en geluid. Hij zag in dat muziek een manier was om beeldmateriaal te manipuleren en andersom (“to manipulate something visual in a musical way,” zoals hij het zelf uitlegt). Muziek werd een middel om een sfeer neer te zetten bij filmbeelden maar ook een doel op zich: Zorn wist dat hij de beelden van een film niet nodig had om de sfeer over te brengen van wat hij zag en daar ligt een groot deel van de kracht van zijn filmmuziek. John Zorn beschikt over het talent muziek te componeren die bij de luisteraar beelden oproept, in plaats van slechts beelden te ondersteunen. Veel van Zorns filmmuziek werkt dan ook zonder bijbehorende beelden.
Morricone
Een andere grote invloed op de filmmuziek van Zorn is Ennio Morricone, de Italiaanse componist die honderden soundtracks op zijn naam heeft staan. Gedurende de jaren ‘80 neemt Zorn een aantal tribute-albums op met muziek van helden aan wie hij veel inspiratie verschuldigd is, zoals Thelonius Monk, Sonny Clarke, Kurt Weill en tenslotte Ennio Morricone. The Big Gundown, een album met muziek van Morricone gearrangeerd door Zorn, is nog steeds een klassieker in het oeuvre van Zorn, waarin hij zijn eigen touch geeft aan de muziek van Morricone, zonder ontoegankelijk te klinken. Morricone is een veelzijdig componist die werkt met kleine ensembles, net als Zorn die voor dit doel beschikt over een netwerk van improvisators in New York. Deze pool van muzikanten werkten al langer met Zorn, die hen middels zijn vaak uitgevoerde ‘game-pieces’ van gestructureerde improvisaties door en door kent. Dit geeft alle door Zorn gecomponeerde muziek zijn kracht: Zorn schrijft namelijk voor individuele muzikanten, waardoor de muziek een persoonlijk karakter heeft (Zorn bevindt zich hier in het gezelschap van onder andere Frank Zappa en Duke Ellington). Uitgevoerd door andere muzikanten klinkt de muziek niet hetzelfde.
De uitdaging van het componeren van filmmuziek ligt voor John Zorn in het feit dat hij volledige creatieve vrijheid heeft om te doen wat hij wil, en het is dan ook niet verbazend dat Zorn alleen werkt met onafhankelijke filmmakers van low-budget films. Ook mag hij zelf compilatie-cds uitbrengen van de muziek die hij componeert (op zijn eigen label, waardoor Zorn het hele creatieve proces zoveel mogelijk in eigen hand houdt). De films waarvoor Zorn heeft gecomponeerd zijn documentaires, (erotische) arthouse films en tekenfilms, evenals muziek voor commercials. Alle vijftien cd's uit de serie (simpelweg genummerd van 1 tot en met 15, met allen een eigen ondertitel) bevatten veelal instrumentale muziek door Zorn gecomponeerd en uitgevoerd door hem persoonlijk gekozen muzikanten. De meest in het oog springende muzikanten waarmee Zorn werkt zijn waarschijnlijk gitarist Marc Ribot (meestal op electrische gitaar met een prachtige surf-sound) en percussionist Cyro Baptista, en op bijna alle Filmworks-cd’s zijn beiden dan ook te horen. Interessante gastmuzikanten zorgen voor een frisse inbreng in Zorns muziek, zoals het spaarzaam gebruik van woordloze zang en het gebruik van niet-westerse instrumenten als oud en pipa.
Van fragment naar balans
De eerste delen van de serie zijn vrij fragmentarisch van aard en bevatten veel korte stukken muziek waar Zorn zich te buiten gaat aan elke denkbare stijl (vergelijkbaar met de eerste Naked City-albums). Dit alles gaat helaas ten koste van de beluisterbaarheid ervan. Muzikaal gebeuren er interessante dingen, zoals een gewaagde uitvoering van 'The Good, The Bad and The Ugly' van Ennio Morricone op het eerste deel uit de serie. Zorn grossiert hier nog in korte, heftige stukken muziek die nergens blijven hangen, omdat ze niet compositorisch uitgewerkt zijn. De muziek lijkt volledig in dienst te staan van het bijbehorende beeldmedium. Deze componeerstijl in geluidsblokken maakt langzamerhand plaats voor een uitgebalanceerde manier van componeren in al het werk van Zorn, en dat geldt ook voor zijn filmmuziek. De muziek staat meer op zichzelf dan daarvoor het geval was, wat ook te maken heeft met feit dat Zorn zijn cd’ s vult met muziek voor slechts één of twee films, waardoor de muziek als geheel meer eenheid krijgt. Ook is de geluidskwaliteit van de eerste Filmworks-cd’s vrij schel, op zijn latere werk toont Zorn zich een steeds betere producer die de kneepjes van het vak goed in de vingers heeft en met een prachtige, onopgesmukte warme sound komt (deel 11, Under the Wing, is hier een mooi voorbeeld van, evenals deel 13, Invitation to a Suicide).
Een meer uitgebalanceerde manier van componeren doet zijn intrede rond deel vier, waar Zorn buiten de gebaande paden treedt en voor de dag komt met een paar lange, zeer geslaagde en qua stijl en sfeer zeer uiteenlopende composities. Met name de toepasselijk getitelde suite ‘Elegant Spanking’ (voor een gelijknamige sm-film) maakt indruk door de abstracte klanken van harp, cello, viool en vibrafoon en de donkere sfeer, die compositorisch doet denken aan de muziek van de Japanse componist Toru Takemitsu. In het daaropvolgende ‘Credits Included’ wisselt hij korte Merzbow-achtige noise af met oosterse klanken (Zorn is een groot bewonderaar van de Japanner). Het prachtige, ingetogen piano-stuk ‘Maogai’ ten slotte, refereert aan Bill Evans.
Roots
Zorn's joodse roots komen ook vaak aan bod in de Series, wat leidt tot ingetogen, melodieuze muziek. Werken uit Zorns Masada-boek worden hier en daar in andere bezettingen uitgevoerd, zoals op het door velen bejubelde Bar Kokhba, dat weliswaar geen onderdeel van de Filmworks-series is, maar waarvan de muziek is gebruikt voor een documentaire over de holocaust. Deel 11, getiteld Under the Wing, is een ander hoogtepunt: prachtig uitgevoerde composities door het strijktrio dat ook te horen is op The Circle Maker, een ander hoogtepunt in het Zorn-oeuvre. Deel 14, getiteld Hiding & Seeking, bevat tenslotte loungy cocktailjazz met in de hoofdrol gitarist Marc Ribot (voor deze gelegendheid speelt hij Spaanse gitaar) waarop een aantal memorabele joodse melodieën vertolkt worden.
Het hoogtepunt uit de Filmworks-series is misschien wel deel 13, Invitation to a Suicide , een zwarte comedy die handelt over een jongeman die geld inzamelt om de zelfmoord van zijn vader te verijdelen. Het macabere thema van de film en dito songtitels staan in schril contrast tot de lieflijke, melodieuze muziek op deze cd, die meer dan eens doet denken aan de muziek van de film Le Fabuleux Destin d’Amelié Poulain. Met alleen een accordeon, vibrafoon, gitaar, contrabas en drums wordt een sfeertje neergezet waar je u tegen zegt en John Zorn zelf, niet snel sprakeloos, kon geen woord meer uitbrengen toen hij de band hoorde spelen in de studio. De thema's die gespeeld worden, zijn danig zorgvuldig gearrangeerd door per track andere instrumentcombinaties te gebruiken en te spelen met verschillende stijlen, zodat je als luisteraar niet in de gaten hebt dat slechts een paar thema’s telkens herhaald worden.
Met name het latere werk van Zorn is een stuk evenwichtiger, melodieuzer en ingetogener dan veel van zijn vroege werk. De late filmmuziek van Zorn verdient aanbeveling vanwege de grote zeggingskracht en lichtvoetigheid, alsmede het vakmanschap van zowel componist als de uitvoerende musici. Zorn ontroert de luisteraar met mooie melodieën en toegankelijke muziek, waarbij het moeilijk is niet aangestoken te worden door de lichtvoetigheid ervan, om je vervolgens te verbazen over alle muzikale details. Deze muziek verdient ieders aandacht. En daar zijn inderdaad geen beelden voor nodig.
Filmworks 1 tot en met 15 zijn allen verschenen op Tzadik. Deel 16 verschijnt binnenkort.
http://www.kindamuzik.net/achtergrond/709/john-zorns-filmworks-serie/9565/
Meer op KindaMuzik: http://www.kindamuzik.net/artiest/709
Deel dit artikel: